Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

Wet, Art. 2; Instructie, § 9.

Moet voor het eerst een aanslagbiljet verzonden worden voor een belastingschuldige, die verhuisd is naar eene gemeente met 20.000 of meer inwoners, en zijn de bedoelde bijzonderheden den ontvanger onbekend, dan behoort hij vooraf te trachten die te weten te komen door informatie bij het gemeentebestuur der verlaten woonplaats, bij familieleden of vroegere buren van den belastingschuldige. Levert dat onderzoek geen resultaat op, dan verstrekt de ontvanger aan zijn ambtgenoot de hem bekende gegevens, die bij de opsporing van den belastingschuldige van nut kunnen zijn, zooals beroep of bedrijf en datum van afschrijving op het bevolkingsregister (49—50).

4%. Gewijzigd volgens § 90 der Instructie Inkomstenbelasting.

43. De uitreiking der biljetten voor iemand, aangeslagen te Amsterdam onder het 2e kantoor, doch wonende onder het le kantoor, geschiedt dus niet door tussehenkomst van den Ontvanger van laatstgemeld kantoor. Daarentegen zal de Ontvanger van Groningen b. g. de biljetten, bestemd voor iemand, aangeslagen in de gemeente Winsum, doch wonende te Groningen, toezenden aan zijn ambtgenoot te Groningen.

44. Verg. § 10 der instructie hierna.

45. De lijsten Directe bel. no. 12 (met recu's) worden na verloop van vijf jaren opgezonden. Res. V. v. V. no. 601, § 19.

46. Het is gebleken, dat de uitreiking van aanslagbiljetten op den voet van het bepaalde bij § 9 der Instructie Invordering in sommige gevallen onnoodig vertraging ondervindt, doordat de Ontvangers eerst tot verzending van de voor elders bestemde aanslagbiljetten overgaan, nadat de uitreiking der biljetten in de gemeente van aanslag is afgeloopen en alle niet reeds bekende adressen zijn opgespoord. Ten einde die vertraging voor het vervolg te vermijden wordt bepaald, dat de aanslagbiljetten, bestemd voor elders wonende personen, wier adres bekend is, steeds onmiddellijk moeten worden verzonden en dat de verzending van de overige, voor elders bestemde, biljetten behoort plaats te hebben, zoodra de adressen zijn opgespoord.

Voorts behooren de Ontvangers zorg te dragen, dat de hun met lijsten Directe bel. no. 12 toegezonden aanslagbiljetten, zoo spoedig mogelijk worden uitgereikt. Res. van 19 Aug. 1914, no. 93.

4T. Op de kantoren met meer dan ééne gemeente is het gebruikelijk aan den bovenkant der aanslagbiljetten de eerste letter van den naam der gemeente te doen drukken. Deze op zich zelve doelmatige gewoonte kan licht tot boeking in een verkeerd journaal leiden, als betaling op een ander kantoor wordt aangeboden. Ter voorkoming hiervan is het raadzaam de van elders ter uitreiking ontvangen biljetten, indien zij dezelfde letter dragen als biljetten van het kantoor, vóór de uitreiking te merken, bijv. door die letter door te halen. Res. V. 1901, no. 96, § 25.

48. Met betrekking tot het verstrekken van inhchtingen aan Gemeentebesturen omtrent de van elders ontvangen aanslagbiljetten der grondbelasting wordt verwezen naar de res. V. v.V. no. 453, iri aant. 34 op art. 1.

49. Gemeenten met 20.000 of meer inwoners zijn: Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Breda, Delft, Deventer, Dordrecht, Ede, Emmen, Enschedé, Gouda, 's-Gravenhage, Groningen, Haarlem, Haarlemmermeer, Helder, Hengelo, 's-Hertogenbosch, HU-

Sluiten