Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 3; Instructie, § 11.

41

register Compt. no. 6. De quitantie wordt door kruisstrepen onbruikbaar gemaakt. Res. V. v. V. no. 448, § 9.

20. Ontvangsten ter zake van voorloopige aanslagen van schippers in de inkomstenbelasting, worden op de grenskantoren der invoerrechten c. q. geboekt in het register Compt. no. 6 en eenmaal per week overgemaakt aan den Ontvanger der directe belastingen over de plaats van aanmelding, onder bijvoeging van de aangifte- en beschrijvmgsbiljetten en van een staat, houdende omschrijving der overgemaakte gelden. De Ontvanger der directe belastingen boekt de voorloopige ontvangsten in het. journaal Compt. no. la en zendt den staat, afgeteekend voor ontvangst on aangevuld met de nummers der boeking, terug. De overgemaakte bedragen worden van de ontvangsten in het register Compt. no. 6 afgetrokken. Het ontvangbewijs wordt ter plaatse van aftrek aan het register gehecht. Zie § 5, laatste lid, der res. V. v. V. no. 505, in verband met art. 1 van het Kon. besluit V. v. V. no. 504.

21. Belasting, welke wordt ontvangen, nadat zij reeds als oninbaar is afgeschreven, wordt verantwoord als buitengewone ontvangst in het register Compt. no. 8. Zie § 123 der instructie, opgenomen in bijl. A, metaant. 3.

22. Het nommer der boeking in het journaal Compt. no. ib wordt op het aanslagbiljet vermeld onder bijvoeging der letter b. Res. V. 1888, no. 76.

Bij boeking in het journaal Compt. no. lc, wordt op het aanslagbiljet, naast het journaalnommer, de letter c vermeld. Res.-V. 1901, no. 96, § 3.

23. Behalve voor debelasting wordt ook voor de betaalde vervolgingskosten quitantie gesteld op het aanslagbiljet. Zie, te dier zake, § 86 der instructie, opgenomen onder art. 19. Zie mede aant. 8 op dat artikel.

24. Quiteering op aanslagbiljetten, met gebruikmaking der woorden „Geheel" of „Restant', is niet toegelaten. Weekblad no. 2064.

25. De handteekening moet duidelijk en leesbaar zijn. Zie de res. V. 1877, no. 110.

Ambtenaren en geagreëerden, wier handteekening onleesbaar is, moeten door de Directeurs worden aangeschreven dit te verbeteren. Mocht hiertegen bij enkelen onoverkomelijk bezwaar blijken te bestaan, dan kan hun door de Directeurs worden vergund, nevens hun naamteekening hun naamstempel af te drukken (a). Res. van 5 Maart 1904, no. 26.

(o) De Directeurs zijn uitgenoodigd om aan de ambtenaren,die geen gevolg geven aan dit voorschrift — alvorens over te gaan tot toepassing van art. 121 van het Organisatiebesluit 1904—de onduidelijk onderteekende berichten, enz., voor zoover deze geen spoedige behandeling vorderen, ter overschrq ving terug te zenden. Res. van 25 April 1904, no. 59.

26. De voldoening van door gemeenten verschuldigde belasting geschiedt gewoonlijk door den Gemeenteontvanger krachtens een door Burgemeester en Wethouders uitgevaardigd bevelschrift. Verg. de artt. 114 en 224 der Gemeentewet (V. 1851, no. 169).

Art. 3 der wet verplicht de Ontvangers om voor iedere betaling onmiddellijk quitantie op het aanslagbiljet te stellen. Van dit stellig voorschrift kan en mag niet worden afgeweken en aangezien niemand redelijkerwijs kan verplicht worden tot het geven van twee quitantiën (één op het aanslagbiljet en één op een bevelschrift), zoo verdient het aanbeveling bij betaling van directe belasting, door gemeenten, enz. verschuldigd, op het

Sluiten