Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 9; Instructie, § 29.

77

middelen van verhaal buiten het Rijk worden gebracht, is het in ieder geval noodig, dat vooraf de nog openstaande belasting worde aangezuiverd. Mem. v. A., Wetsontwerp Personeele belasting.

13. In Weekblad no. 2246 wordt de meening verdedigd, dat het woord meubelen moet worden opgevat in de beteekenis, die art. 571 B. W. (a) 'daaraan geeft en dat art. 9, sub 2, dus niet van toepassing is op een aanslag van iemand, die geen meubelen, doch wel andere roerende goederen, bijv. rijwielen, kleeren, enz. bij zijn vertrek naar het buitenland wegvoert. Men denke aan kamerbewoners.

In Weekblad no. 1857 wordt daarentegen betoogd, dat iemand, die geen meubelen heeft, die ook niet kan wegvoeren en dat dientengevolge de laatste woorden van art. 9, sub 2, ook niet op hem van toepassing kunnen zijn. Het eerste deel van sub 2 is echter wel op hem van toepassing.

De wegvoering der meubelen is geen voorwaarde voor de toepasselijkheid van art. 9, sub 2, maar de achterlating van meubelen brengt de niettoepasselykheid mede.

(o) Zie aant. 23 op art. 16.

14. Wanneer er vrees bestaat, dat de belastingschuldige het Rijk, met wegvoering der meubelen, zal verlaten en er geen voldoende tijd overblijft om executoriaal beslag te leggen, zou men, met inachtneming der daaromtrent bestaande voorschriften, zijn toevlucht kunnen nemen tot het leggen van conservatoir beslag. Zie hieromtrent de aantt. 114 en 115 op art. 14. C'^f--

15. Zie, omtrent tijdige afwikkeling van belastingzaken met ambtenaren, officieren of gepensionneerden, naar Nederlandsch-Indië of naar West-Jndië vertrekkende, de res. V. 1909, no. 46, gewijzigd bij § 90 der Instructie Inkomstenbelasting.

§ 29 der instructie. Een tot invordering van een gedeelte van een aanslag uitgevaardigd dwangbevel, waarop de geheele belastingschuld is aangewezen, is door de daad van mbeslagneming der roerende o^ onroerende goederen een titel tot vordering van het geheele bedrag van den aanslag (16—19).

16. Zie, omtrent dit onderwerp, de artikelen voorkomende in Fiscus nos. 872, 874, 876 en 877.

11. Een dwangbevel, uitgevaardigd voor het bedrag der verschenen termijnen, wordt, indien het tot mbeslagneming komt, ten uitvoer gelegd voor het volle bedrag der nog openstaande belasting. Zie de akten van beteekening der dwangbevelen (Modellen III, V, VI en VII).

18. In de kolom „Volle bedrag der openstaande belastingen", voorkomende op het dwangbevel, model II, moeten alleen die belastingen worden opgenomen, waartoe het dwangbevel betrekking heeft.

Komt het eindelijk tot inbeslagneming, dan moet, wegens andere nog openstaande belastingen, die alsdan mede in ééns invorderbaar zijn, afzonderlijk dwangbevel worden opgemaakt.

19. De aanslag wordt in zijn geheel invorderbaar door de daad van inbeslagneming, niet door het doen van herhaald bevel. Verg. § 93, tweede lid, der instructie, opgenomen onder art. 21, alsmede aant. 8 op dat artikel.

Sluiten