Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 10; Instructie, § 30.

79

9. Over het recht van beraad en het voorrecht van boedelbeschrijving wordt gehandeld in de artt. 1070—1089 B. W. Zie ook de artt. 700—703 W. v. B. R.

Omtrent het recht van beraad en het voorrecht van boedelbeschrijving komen beschouwingen voor in Fiscus no. 873. Zie mede het hoofdartikel in Weekblad no. 2122.

10. Het voorrecht van boedelbeschrijving heeft ten gevolge:

1°. dat de erfgenaam niet verder tot de betaling der schulden en • lasten der nalatenschap gehouden is, dan ten beloope der waarde van de goederen, welke dezelve bevat, en zelfs dat hij zich van die betaling kan ontslaan, door alle de goederen, tot de nalatenschap behoorende, aan de beschikking der schuldeischers en legatarissen over te laten;

2°. dat de eigen goederen van den erfgenaam niet met die der nalatenschap worden vermengd, en dat hij het recht behoudt om zijn eigene inschulden tegen de nalatenschap te doen gelden. Art. 1078 B. W.

Bij de invordering van directe belastingen wordt de verplichting tot betaling evenwel niet geschorst door de aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving. De belasting wordt dus gevorderd van ieder erfgenaam voor zijn deel. Blijkt het erfdeel kleiner dan het betaalde aandeel in de belastingschuld, dan is het meerdere terug te vorderen.

Ook ingeval het recht van beraad is voorbehouden, moet voorloopig worden betaald.

Verg. van Nieuwküyk, Fiscaal Recht, § 108.

Zie mede aant. 4 op art. 5.

§ 30 der instructie. De ontvanger is bevoegd uitstel van betaling der belasting te verleenen, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven (11-12).

Hij is echter verantwoordelijk voor misplaatste toegevendheid.

Vervolging wordt noch ingesteld, noch voortgezet (13—14), wanneer met grond is aan te nemen, dat het bedrag van het verschuldigde later ten gevolge van vernmidering of ontheffing op den aanslag geheel zou moeten worden teruggegeven (15—17).

11. De Ontvanger behoort den voortgang der invordering persoonlijk na te gaan en hij mag in geen geval dulden, dat belastingschuldigen, die blijkens de kohieren achterstallig zijn, buiten vervolging worden gelaten, tenzij door den Ontvanger zelf uitstel is verleend. Verg. de res. V. v. V. no. 209, in aant. 36 op art. 3 hiervoor.

1%. Door den deurwaarder kan, namens den Ontvanger, uitstel van betaling worden verleend bij gelegenheid eener voorgenomen inbeslagneming van roerende goederen.

Na de inbeslagneming kan uitstel van betaling enkel worden verleend bij akte van prolongatie. Zie § 59 der instructie, opgenomen onder art. 14.

13. Bij de res. van 20 Febr. 1905, no. 99, werd bepaald, dat de Ontvanger van de indiening van bezwaarschriften, verzoekschriften en aangiften, tengevolge waarvan vermindering of ontheffing op den aanslag is te voorzien, c.q. kennis moet geven aan zijn ambtgenoot, wiens tussehenkomst voor de invordering is ingeroepen.

Voor zoover de omstandigheid, als bedoeld in het laatste lid van § 30, zich voordoet, komt het gewenscht voor ook thans nog in gemelden zin te handelen.

Verg. § 74 der instructie, opgenomen onder art. 14.

Sluiten