Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 14

101

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 Sept. 1913, Weekblad no. 2188.

De bepaling van art. 563, sub 1, B. W, (zie aant. 13 hiervoor) heeft alleen betrekking op goederen, welke tot het wezen behooren van gebouwen, bestemd om te dienen tot fabriek, enz., tot uitoefening van eenigen tak van nijverheid.

Het in een koffiehuis uitgeoefend bedrijf behoort niet tot eenigen tak van nijverheid.

De daarin aanwezige goederen als: kasteleintafeltjes, drankstelling, tuinstoelen, glazen en karaffen, enz. behooren dus niet tot de onroerende zaken door bestemming. Vonnis van de Arr. Rechtbank te Heerenveen van 3 April 1914, De Invordering no. 31.

Roerende zaken, die aard- of nagelvast worden verbonden, worden dan onroerend, wanneer dit door den eigenaar van het vast goed geschiedt, met het doel om die daaraan blijvend te verbinden. Ze zijn dan onroerend, niet door^ bestemming, maar uit hun aard.

Een uithangbord door den huurder aan de pui van een winkelhuis bevestigd, blijft alzoo roerend goed. Weekblad no. 2158.

1T. Wanneer iemand een boomgaard van kersen door een notaris wassende laat verkoopen, blijven die kersen, tot het tijdstip van levering, eigendom van den verkooper. Fiscus no. 672.

In hetzelfde blad wordt voorts betoogd, dat vruchten, die wassende worden verkocht, veen- en leemlagen, die ter vergraving worden verkocht, alsmede hak- of schaarhout, dat op stam wordt verkocht, zoodra de koop is gesloten, geacht moeten worden roerende goederen te zijn.

In Fiscus no. 673 wordt deze opvatting bestreden. Verg. mede Caljé, De Deurwaarder, 'no. 103.

Zie ook de volgende aanteekening.

18. Wanneer iemand te velde staande vruchten (witte kooien) verkoopt, blijven deze, als onroerend goed, toebehooren aan den verkooper, tot zoolang zij door afscheiding verplaatsbaar gemaakt en roerend geworden, geleverd en aan den kooper overgegeven zijn. Arrest van net Gerechtshof te Leeuwarden van 12 Febr. 1903, Weekblad no. 1655.

19. Beschouwingen over roerende en onroerende goederen kómen voor in Weekblad no. 1988.

20. Naar art. 14, eerste lid, der wet, is het recht, om ook de roerende goederen eens schatplichtigen, tot verhaal van de verschuldigde grondbelasting (a) aan te spreken, buiten allen twijfel. Res. van 19 Febr. 1847, no. 190.

(o) In zake grondbelasting heeft 's Rijks schatkist echter geen recht van voorrang op andere roerende goederen dan genoemd in art. 12, lett. A, sub 1. Zie de aantt. 12 en 26 op dat artikel.

21. Verg. aant. 17 op art. 12.

22. Alle de roerende en onroerende goederen van den schuldenaar, zoowel tegenwoordige als toekomstige, zijn voor deszelfs persoonlijke verbindtenissen aansprakelijk. Art. 1177 B. W.

23. Wanneer de echtgenooten in algeheele gemeenschap van goederen gehuwd zijn, is de belasting verhaalbaar op de goederen der huwelijksgemeenschap. Verg. de volgende artikelen van het Burgerlijk Wetboek:

Art. 174. Van het oogenblik der voltrekking des huwelijks bestaat, van rechtswege, algeheele gemeenschap van goederen tusschen de echt-

Sluiten