Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

108

Wet, Art. 14; Instructie, § 46.

b. de vervolging moet plaats vinden onder een ander kantoor dan dat, waar de aangeslagene op het kohier voorkomt (58).

Betreft een dwangbevel een aanslag in de grondbelasting, bij bevelschrift vastgesteld, dan wordt de considerans van het formvüier gewijzigd als volgt (59):

De ontvanger der directe belastingen te

Gezien het door den directeur der directe belastingen enz. te

uitgevaardigde bevelschrift tot wijziging van art van het behoorlijk

executoir verklaarde en afgekondigde kohier der grondbelasting van de gemeente over het belastingjaar , op welk bevelschrift

de belastingschuldige wonende te , aan^

geslagen en ten achteren is, als volgt, te weten: enz.

Voor de invordering der kosten van hermeting en herschatting in zake grondbelasting, ten laste van den belanghebbende komende, wordt gebruik gemaakt van een dwangbevel (Model P7) (60).

In de dwangbevelen, akten van beteekening en verdere akten én exploten wordt de naam Tjan den ontvanger niet vermeld (61—68).

4T. Bij vervolging van minderjarigen behoort de uitvaardiging van het dwangbevel te geschieden ten name van den minderjarige zelf. Fiscus no. 48.

Wanneer het evenwel rijwielbelasting betreft, kan het dwangbevel verleend worden tegen den wettelijken vertegenwoordiger of gemachtigde, omdat deze daarvoor aansprakelijk is, alsof hij zelf ware aangeslagen.

De bewoordingen van het dwangbevel zouden in dergelijk geval, volgens Fiscus no. 670, kunnen worden aangevuld als volgt:

„En aangezien het hier betreft personeele belasting naar den 6en grondslag, terwijl volgens art. 1, § 8, eerste lid, der wet van 14 Juli 1898, S. no. 181, voor die belasting, door een minderjarige verschuldigd, zijn wettelijke vertegenwoordiger aansprakelijk is alsof deze zelf was aangeslagen,

„Verleent tegen...., zijnde de vader yan den in dezen genoemden minderjarigen belastingschuldige...., het tegenwoordig dwangbevel, enz."

Wanneer een minderjarige belastingplichtig is voor een paard en voor een rijwiel en daarvoor slechts één aanslag is opgelegd, verdient het overweging, bij het onaangezuiverd blijven van het verschuldigde na de uitreiking van waarschuwing en aanmaning, twee dwangbevelen op te maken en onder behoorlijke omschrijving op het eene de belasting naar den vijfden, op het andere die naar den zesden grondslag te brengen.

Het eerste moet worden gericht tegen den minderjarige, het tweede tegen zijn wettelijken vertegenwoordiger. Het laatste moet aan dezen worden beteekend en kan rechtstreeks leiden tot het in beslag nemen van diens goederen; het eerste is aan den zoon te beteekenen, zij het ook, dat daarbij en bij eventueele verdere executie op diens goederen tegen zijn vader wordt opgetreden, zoodat de exploten aan dezen worden gedaan. Weekblad no. 1909.

Verg. aant. 25 hiervoor.

Zie, voor de beteekening van dwangbevelen, verleend tegen minderj,arigen, aant. 4 op art. 1 W. v. B. R. (bijl. D). h*«

48. De dwangbevelen wegens belasting, verschuldigd door onder curateele gestelden, moeten worden verleend tegen de curandi zelf. Fiscus no. 48.

Zie, voor de beteekening dezer dwangbevelen,.aant. 5 op art. 1 W. v. B. R. (bijl. D).

Sluiten