Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 14; Instructie, § 55.

121

„De volmacht, door hen afgegeven, is steeds herroepelijk, al ware zij in verband met andere verbintenissen gebracht.

„Op de gage kan geen beslag gelegd worden; zij kan evenmin met eenig gevolg worden afgestaan dan ten behoeve van ouders, huisvrouwen en kinderen voor de helft, en ten behoeve van andere bloed- of aanverwanten tot in den vierden graad, voor een derde".

101. Omtrent de uitgaanskas van gevangenen of verpleegden is bij de wet van 14 April 1886, S. no. 62, het volgende bepaald:

Art. 13- Het door den gevangene of verpleegde verdiend arbeidsloon is zijn eigendom.

Dit loon wordt in de strafgevangenissen, behalve voor hen die tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld zijn, en in de Rijkswerkinrichtingen verdeeld in uitgaanskas en zakgeld.

Het laatste blijft onder bewaring van het bestuur van het gesticht, doch is ter beschikking van den gevangene of verpleegde, volgens daaromtrent te stellen regelen.

Art. 14. Moedwillig door den gevangene of verpleegde tijdens zijn straftijd toegebrachte schade kan zoowel op de uitgaanskas als op het zakgeld worden verhaald.

De uitgaanskas is overigens onvervreemdbaar en niet vatbaar voor beslag.

Zij wordt den gevangene of verpleegde bij of na zijn invrijheidstelling uitgekeerd. Die uitkeenng kan ook in termijnen geschieden.

108. Het hier bedoelde auteursrecht is niet vatbaar voor beslag ingevolge art. 2 der Auteurswet 1912, opgenomen in Weekblad no. 2103.

10». Art. 1638g B. W. luidt als volgt:

„Beslag onder den werkgever op het door dezen aan den arbeider verschuldigd loon is, indien het in geld vastgesteld loon vier gulden per dag of minder bedraagt, niet verder geldig dan tot een vijfde gedeelte van het in geld vastgesteld loon. Is het in geld vastgesteld loon hooger dan vier gulden per dag, dan is ten aanzien van dit bedrag beslag evenzeer slechts tot een vijfde gedeelte geldig en is op het meerdere beslag onbeperkt toegelaten. Geenerlei beperking geldt, indien het beslag dient tot verhaal van onderhoud, waarop de beslaglegger volgens de wet aanspraak heeft.

„Overdracht, inpandgeving of elke andere handeling, waardoor de arbeider eenig recht op zijn loon aan een derde toekent, is slechts in zoover geldig als een beslag op zijn loon geldig zoude zijn.

„Volmacht tot invordering van het loon, onder welken vorm of welke benaming ook door den arbeider verleend, is steeds herroepelijk.

„Elk beding, strijdig met eenige bepaling van dit artikel, is nietig".

110. Tot het leggen van derden-beslag onder de Rijksverzekeringsbank mag alleen bij uitzondering worden overgegaan.

De machtiging tot het leggen van dat beslag behoort alleen te worden verleend, wanneer de, ingevolge de Ongevallenwet 1901, genoten rente belangrijk hooger is, dan het bedrag, hetwelk krachtens art. 73 dier wet niet voor executoriaal beslag vatbaar is en het gezin van den belastingschuldige overigens zoodanige inkomsten heeft, dat de belasting zonder bezwaar zou kunnen worden betaald. Res. van 6 Nov. 1909, no. 58.

111. Volgens art. 171 der wet van 5 Juni 1913, S. no. 205 (Invaliditeitswet), zijn de renten, bij die wet toegekend, niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag, noch voor faillissementsbeslag.

11%. Volgens art. 757 W. v. B. R. kunnen bezoldigingen en pen-

Sluiten