Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

Wet, Art. 14; Instructie, §§ 56—57.

hetgeen hij van den gearresteerde onder zich heeft of aan hem verschuldigd is; zie de artt. 741, e.v., W. v. B. R.

Verg. aant. 3, noot a, op art. 459 W. v. B. R., in bijl. D.

Een artikel over Conservatoir beslag komt voor in De Invordering nos. 17 en 18.

Een opstel over Conservatoir beslag tegen schuldenaren, die geen bekende woonplaats hebben en tegen vreemdelingen is te vinden in De Invordering no. 23.

115. De vraag is wel eens gerezen of men, bij de invordering van directe belastingen, zijn toevlucht mag nemen tot het conservatoir beslag.

Door den President van de Arr. Rechtbank te Rotterdam werd nl., bij beschikking van 26 Febr. 1901, verlof tot het leggen van dit beslag geweigerd, omdat de vordering van belasting uit het publiek recht voortspruit, terwijl het conservatoir beslag moet voortspruiten uit een burgerrechtelijke verbintenis.

Ook in Fiscus no. 889 wordt betoogd, dat het conservatoir beslag niet kan worden toegepast bij de invordering van directe belastingen.

Uit § 56 der instructie mag men evenwel, naar het schijnt, afleiden, dat in voorkomende gevallen, ook voor de invordering van directe belastingen, gebruik moet worden gemaakt van het conservatoir beslag. Verg. aant. 14 op art. 9.

Uit de bepalingen van het W. v. B. R. blijkt, zie aant. 114, dat het bestaan van een dwangbevel daarvoor geen vereischte is.

Het zou, volgens De Invordering no. 18, zelfs kunnen worden gelegd, zonder dat een kohier bestaat.

In elk geval zal het zaak zijn, om, na het leggen van het conservatoir beslag, te trachten zoo spoedig mogelijk een dwangbevel tegen den schuldenaar te verkrijgen en aan hem te beteekenen.

Na verloop van twee dagen, na de beteekening, zal men kunnen overgaan tot het leggen van executoriaal beslag, nadat tevoren het conservatoir beslag is opgeheven.

Deze wijze van handelen wordt, in De Invordering no. 18, mede in verband met de kosten, aanbevolen boven de procedure van eisch tot van-waardeverklaring van het conservatoir beslag.

116. Een beschikking van de Arr. Rechtbank kan voorts noodig zijn volgens de artt. 463 en 465 W. v. B. R.; een beschikking of een verlof van den President der Rechtbank, volgens de artt. 462,481,563,727,735, 764 en 770a W. v. B. R.

De tussehenkomst van een procureur is niet noodig, waar, zooals in art. 451 W. v. B. R., een verzoek moet worden ingediend bij den Kantonrechter; zie mede art. 764 W. v. B. R.

§ 57 der instructie. Omtrent de posten, waarvoor machtiging tot beslaglegging is verleend, of opdracht tot beslag op roerende goederen is gegeven, houdt de ontvanger aanteekeriing in een register Directe Belastingen no. 28 (117).

De deurwaarder houdt eveneens een register Directe Belastingen no. 28. Op de dagen waarop werkzaamheden tot tenuitvoerlegging van dwangbevelen zijn verricht, wórden de daartoe betrekkelijke kolommen ingevuld, waarna zoo spoedig mogelijk een uittreksel uit het register, voor zooveel de bijwerking op dien dag betreft, bij staat (Model X) wordt toegezonden aan den ontvanger, die daaruit zijn register bijwerkt (118).

Evenbedoelde extracten worden ten kantore in eene portefeuille of bij het register Directe Belastingen no. 28 bewaard.

Sluiten