Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 14; Instructie, §§ 62—64.

127

legging worden afgezien, zoodat ingevolge § 62 der Instructie Invordering een proces-verbaal van onvermogen wordt opgemaakt, dan kunnen bij eventueele latere executie voor het herhaald bevel geen kosten aan den belastingschuldige in rekening worden gebracht, omdat het niet aan hem ■d-ji- werd beteekend.

Daarentegen kunnen, indien verhaal later mogelijk blijkt, welde loon en der getuigen, die bij de voorgenomen doch mislukte executie hebben gevaceerdj ten bedrage van f 0,45 per persoon, worden gevorderd. Tot invordering door parate executie, bijv. door middel van: derden-beslag, zal echter niet kunnen worden overgegaan, dan nadat een nieuw dwangbevel is uitgevaardigd, waarin het totaal bedrag der op het tijdstip van uitvaardiging verschuldigde vervolgingskosten is vermeld (a). Res. V. v. V. no. 424.

Zie mede aant. 10 op art. 21.

(o) Het nieuwe dwangbevel moet, voordat tot het leggen van derden-beslag wordt overgegaan, aan den belastingschuldige worden beteekend, voor welke beteekening kosten in rekening moeten worden gebracht. Res. van 28 Januari 1916, no. 27.

131. Ook in dit geval kan, in verband met het bepaalde bij § 22 der I. V., het vacatieloon der medegebrachte getuigen aan het Rijk in rekening worden gebracht.

§ 63 der instructie. De belasting kan ook worden ingevorderd door het doen van oppositie (Model XIII) tegen de afgifte van kooppenningen, waarvan sprake is in art. 457 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (132).

De beteekening aan den arrestant, bedoeld in dat artikel, moet, ten emde het gevaar voor nietigheid te vermijden, niet aan zijne gekozen, maar aan zijne werkelijke woonplaats geschieden (183). Ligt die woonplaats buiten den ambtskring van den ontvanger, die de oppositie doet, dan wordt door dezen de gevorderde verklaring opgemaakt en geteekend en vervolgens gezonden aan zijn ambtgenoot over de woonplaats van den belastingschuldige (134), ten e nde voor de beteekening te doen zorg dragen.

13%. Zie de aanteekeningen op dit artikel in bijl. D.

133. De bepaling van art. 439, 4e en 5e lid, W. v. B. R. is alleen toepasselijk op beteekeningen van den geëxecuteerde aan den executant, maar niet op exploten van derden tegen laatstgenoemde, zij het ook naar aanleiding van het beslag. Vonnis van de Arr. Rechtbank te Maastricht van 30 Oct. 1913, W. v. h. R. no. 9562, De Invordering no. 15.

134. Hier moet voor „belastingschuldige" blijkbaar gelezen worden „arrestant".

§ 64 der instructie. Wanneer blijkbaar onwil tot betalen in het spel is en verder is aan te nemen, dat beslaglegging op de roerende goederen, welke de belastingschuldige onder zich heeft, niet tot het gewenschtë resultaat zou leiden, moet de invordering, zoo mogelijk, door middel van executoriaal beslag onder derden worden beproefd (135—137).

135. De artt. 475, e.v., W. v. B. R., handelende over het executoriaal beslag onder derden, zijn opgenomen in bijl. D.

136. Er moet dus geen derden-beslag worden gelegd, wanneer de

Sluiten