Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

Wet, Art. 14; Instructie, §§ 69—70.

De Ontvanger zal goed doen op het proces-verbaal, of op een daarbij te voegen afzonderlijke nota, een specificatie te stellen van de wijze, waarop het van den deurwaarder ontvangen bedrag is verantwoord wegens :

a. uitschotten van den deurwaarder \ ■ n • . , , ' 0Q. ; b. getuigen- en bewaardersloonen ƒ in Directe bel n0- 23' e. aan het Rijk vervallen vervolgingskosten \ inCo UnoAoilc

d. belastrng J r

e. aan den geëxecuteerde uitbetaald overschot. Zie aant. 158. Verg. art. 480 W. v. B. R.

158. De geëxecuteerde kan, voor de uitbetaling van het overblijvende gedeelte der opbrengst, décharge verleenen op het proces-verbaal van verkoop. Gebruik van plakzegel is daarbij niet noodig. Weekblad no. 2084.

Bij afgifte van een afzonderlijke quitantie zal deze, voor sommen boven /10,— moeten worden gesteld op of over een plakzegel van vijf cent. Zie de wet V. 1882, no. 124, en de res. V. 1882, no. 128.

159. Zie, nopens de verdeeling van de opbrengst der executie, de artt. 481, e. v., W. v. B. R., met aanteekeningen, in bijl. D.

Voor het in gerechtelijke bewaring brengen van den koopschat wordt den geëxecuteerde ƒ 0,60 in rekening gebracht. Zie § 10 der I. V.

Voor het ter zake op te maken proces-verbaal worden de kosten berekend volgens § 12 dier instructie.

Voor het deponeeren ten kantore van den Ontvanger worden geen kosten berekend, terwijl daarvan geen afzonderlijk proces-verbaal wordt opgemaakt.

Indien er bij den verkoop geen verzet is gedaan en noch de geëxecuteerde, noch iemand van zijnentwege daarbij aanwezig is, blijft den deurwaarder, volgens Fiscus no. 522, niets anders over dan de koopschat ten kantore van den Ontvanger te deponeeren.

In De Invordering no. 35 wordt het, in zoodanig geval, raadzaam geacht aan den geëxecuteerde een akte te doen beteekenen, opdat hij met de opbrengst van den verkoop en de verrekening bekend worde.

§ 10 der instructie. Wanneer onroerende goederen moeten worden geëxecuteerd, behoort vooraf te worden onderzocht hoeveel de kosten van uitwinning ongeveer zullen bedragen.

Is de raming der kosten van uitwinning hooger dan de te verwachten opbrengst van den verkoop, dan behoeft niet van uitwinning te worden afgezien, indien het voor de verzékering der belasting wenscheüjk is, dat de goederen in andere handen overgaan.

Tot executie van onroerend goed wordt niet overgegaan, dan nadat gebleken is, dat de belasting niet op andere wijze kan worden ingevorderd (160— 164).

100. Zie aant. 19 op art. 12 hiervoor.

101. De onroerende goederen, welke deel uitmaken van een voortgezette gemeenschap (art. 182 B. W.), kunnen niet in executoriaal beslag genomen worden, tenzij de executie mede is gericht tegen de inmiddels meerderjarig geworden kinderen. Arrest van den Hoogen Raad van 20 April 1888, W. v. h. R. no. 5546.

16%. Art. 492 W. v. B. R. verbiedt niet alleen het te koop aanslaan, doch ook het in beslag nemen van het aandeel van een mede-erfgenaam in de onroerende goederen van een nalatenschap door diens personeele

Sluiten