Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 14; Instructie, §§ 70—73.

188

schuldeischers, zoolang de boedel niet door verdeeling gescheiden is. Mr. A. J. M. Küijpers, Stelling XIX; zie Weekblad no. 2116, blz. 45.

163. De talrijke formaliteiten en de hooge kosten maken een executie van onroerend goed slechts in enkele uitzonderingsgevallen wenschelijk én alléén wanneer alle andere executiemiddelen vruchteloos blijken.

Het zal, in de meeste gevallen, niet moeilijk vallen, dit te constateeren.

De ongenoegzaamheid van roerende goederen kan blijken uit een verklaring of proces-verbaal van onvermogen; voor derden-beslag (alleen toe te passen bij onwil tot betaling), zal de grootte van het loon een goede maatstaf zijn, als men in aanmerking neemt, dat zelfs in gewone gevallen de kosten al vrij hoog zullen loopen. Men kan er echter ook wel eenige rekening mee houden, dat het meestal zoover niet zal komen en de belastingschuldige liever zal betalen, dan zich een gedeelte van zijn loon te laten inhouden. Weekblad no. 2188.

164. Zie aant. 136, noot a, hiervoor.

§ ïl der instructie. Bij de executie van onroerende goederen moet in de voorwaarden van verkoop (165) o.m. worden bepaald, dat de kosten van executie en van toewijzing, mitsgaders die der judicieele rangregeling, zoo deze noodig mocht zijn, door den verkooper zullen worden voldaan en worden betaald uit den koopprijs, tenzij deze daartoe niet toereikend mocht zijn, in welk geval het tekort door den executant zal worden aangezuiverd. In verband daarmede moet de inzet, welke vanwege het Rijk moet worden gedaan, worden gesteld op de waarde van het perceel, naar eene bilhjke schatting berekend (166).

165. De executant zal de veilconditiën ter griffie nederleggen ten minste dertig dagen voor den verkoop. Zie art. 516 W. v. B. R.

166. Volgens art. 515, sub 6, W. v. B. R. moeten de aanslag-biljetten, waarbij de verkoop der in beslag genomen goederen wordt bekend gemaakt, o.a. inhouden een inzet, welke de plaats vervangt van het eerste bod.

§ 1% der instructie. Wanneer een perceel bij de gerechtelijke toewijzing aan het Rijk mocht verblijven, geeft de directeur, in wiens ressort het perceel gelegen is, daarvan kennis aan zijn ambtgenoot der registratie en domeinen (167-169).

16T. De executant blijft kooper voor den ihzët indien geen hooger opbod of afmijning plaats heeft. Art. 526 W. v. B. R.

168. Het is van belang, dat het vonnis uitdrukkelijk inhoude, dat het perceel aan het Rijk is toegewezen. Res. van 18 Juni 1850, no. 59.

169. Gesupprimeerd.

§ 13 der instructie. Het staat echter eerstbedoelden directeur, nadat hij ter zake het advies heeft ingewonnen van den rijksadvocaat, vrij, om een aan het Rijk toegewezen perceel, hetwelk met hypotheek is bezwaard, aan de ingeschreven schuldeischers af te staan, onder voorwaarden, welke in het belang van het Rijk zijn. De directeur doet van dien afstand mededeeling aan zijn ambtgenoot der registratie en domeinen.

Sluiten