Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

152

Wet, Art. 16.

Arrest van 22 Januari 1915, W. v. h. R. no. 9797, Weekblad no. 22 55, vernietigd.

Het Hof besliste, dat de vermelding, in het derde lid van art. 16, van de in art. 12, lett. B, genoemde belastingen, geen verband houdt met de formeele regeling van het verzet door derden tegen de inbeslagneming wegens belastingschuld, en geen ander doel heeft, dan de uitsluiting van de m art. 12, lett. A, vermelde grondbelasting, welke onroerende goederen tot onderwerp heeft en voor welke de beperking van de aanspraken door derden, met het oog op den aard der goederen zelve, onnoodig werd geacht.

22. Met „nog niet ingeoogste vruchten" worden blijkbaar bedoeld de vruchten, die, hoewel niet meer tak- of wortelvast zijnde, nog niet zijn ingezameld.

Zoolang de vruchten met hun wortels in den grond vast of onafgeplukt zijn, behooren ze tot de onroerende zaken. Zie art. 562 B. W., in aant. 13 op art. 14.

Op deze vruchten kan art. 16, derde lid, evenwel geen betrekking hebben, omdat dit artikel, blijkens den aanhef, alleen handelt over verzet tegen de inbeslagneming van roerende goederen.

Een andere opvatting wordt verdedigd in Fiscus no. 874.

23. Omtrent het begrip „stoffeering" raadplege men de artt. 568 en 569 B. W., opgenomen in aant. 13 op art. 14, alsmede de volgende artikelen van dat Wetboek:

Art. 570. De uitdrukking „inboedel" bevat alles wat in voege voorschreven voor roerend wordt gehouden, met uitzondering van het gereed geld, van actiën, schuldvorderingen en andere rechten, bij art. 567 vermeld, van koopmanschappen en grondstoffen, van werktuigen tot fabrieken, trafieken, of den landbouw behoorende, mitsgaders van bouwstoffen tot het opbouwen bestemd, of van afbraak afkomstig.

Art. 571. De uitdrukking „meubelen" of „huisraad" bevat al hetgeen, wat volgens het voorzeide artikel, tot den inboedel behoort, met uitzondering van paarden en levende have, van rijtuigen met hun toebehooren, van edelgesteenten, boeken en handschriften, teekeningen, prenten, schilderijen, beelden, gedenkpenningen, natuurkundige en wetenschappelijke werktuigen en andere kostbaarheden en zeldzaamheden, van lijflinnen, wapens, granen, wijnen en andere levensmiddelen.

Art. 572. De uitdrukking „een huis met al hetgeen zich daarin bevindt' bevat alles wat, volgens art. 569, voor roerende goederen wordt gehouden, en in het huis gevonden, met uitzondering van het gereed geld en van de inschulden en andere rechten, waarvan de bescheiden zich in het huis mochten bevinden.

Art. 573. De uitdrukking „stoffeering" bevat alleen die meubelen, welke tot gebruik en versiering der vertrekken dienen, als: behangsels en tapijten, bedden, stoelen, spiegels, pendules, tafels, porseleinen en andere voorwerpen van dien aard.

Schilderijen en beelden, welke een gedeelte van de meubelen eens vertreks .uitmaken, zijn daaronder' insgelijks begrepen, doch geenszins de verzameling van schilderijen, prenten en beelden, die op galerijen en bijzondere vertrekken geplaatst zijn.

Hetzelfde geldt omtrent porseleinen; alle de zoodanige die een gedeelte uitmaken van de sieraden eens vertreks, zijn onder de uitdrukking van „stoffeering" begrepen.

Art. 574. De uitdrukking „een gemeubileerd huis" of „een huis met zijn meubelen", bevat alleen de „stoffeering".

24. Aangezien het derde lid van art. 16 is geredigeerd in overeen-

Sluiten