Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

Wet, Art. 19; Instructie, § 86.

Art. 19 (1—2). De betaling der kosten van vervolging geschiedt tegen quitantie in handen van den ontvanger (3).

Zij, welke zich met de hun in rekening gebrachte kosten van vervolging, niet voortspruitende uit de gerechtelijke tenuitvoerlegging van het dwangbevel (4), bezwaard achten, kunnen hunne bezwaarschriften deswege indienen bij gedeputeerde staten der provincie, mits dit doende binnen veertien dagen na de dagteekening van de akte van de vervolging waarbij die kosten gevorderd worden (5). Dezen doen daaromtrent, na onderzoek der gronden van beklag, uitspraak, overeenkomstig de bepalingen van deze wet.

De indiening dezer bezwaarschriften neemt echter niet weg de verplichting tot betaling der kosten, behoudens teruggaaf van dezelve, Indien het bezwaar gegrond bevonden wordt (6).

1. Dit artikel is ook toepasselijk op de invordering van plaatselijke belastingen. Zie aant. 4 op art. 18.

2. Bezwaren tegen de in rekening gebrachte kostra'van vervolging in zake de invordering van ongevallenpremie behooren steeds langs den gerechtelijken weg te geschieden.

Een bepaling als in het 2e en 3e lid van art. 19 ontbreekt in de Ongevallenwet 1901. Verg. Fiscus no. 1198, en aant. 9 op art. 50bis der Ongevallenwet 1901, in bijl. G 1 .

3. Zie, met betrekking tot de betaling der belasting en kosten aan den deurwaarder, ter gelegenheid eener inbeslagnem'ng, art. 21 hierna en § 93 der instructie.

4. De tenuitvoerlegging van het dwangbevel vangt eerst aan na het herhaald bevel. Zie aant. 7 op art. 15.

Verg. § 87 der instructie hierna.

5. De waarschuwing en de aanmaning zijn in dezen als akten van vervolging te beschouwen. Fiscus no. 752.

6. Verg. art 10 hiervoor.

§ 86 der instructie (7). De quitantie wegens de betaling van vervolgingskosten wordt gesteld op het aanslagbiljet (8). Wanneer de vervolgingskosten tot verschillende belastingen betrekking hebben, wordt het bedrag dier kosten op het aanslagbiljet voor één dier middelen gesteld, aldus dat aan de grondbelasting de voorrang wordt gegeven boven de andere middelen en aan de personeele belasting de voorrang boven de inkomstenbelasting (9).

1. Gewijzigd volgens § 90 der Instructie Inkomsteahflasting,

8. De vrijstelling van het recht van zegel voor de quitantiën wegens betaalde belasting (zie de aant. 13—15 op art. 23) geldt, naar het voorkomt, niet voor die wegens betaalde vervolgingskosten.

Bij betaling van vervolgingskosten, zal de quitantie, voor sommen boven / 10,—, moeten worden gesteld op of over een zegel van vijf cent. Zie de wet V. 1882, no. 124, en de res. V. 1882, no. 128.

9. Zie, nopens de verantwoording der door de belastingschuldigen betaalde kosten van"vervolging,de §§ 18 en 26 der I. V.

Zie mede § 15 der instructie, opgenomen onder art. 4 hiervoor.

Sluiten