Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

Wet, Artt. 20—21; Instructie, §§ 90—92.

40. Aan den voet van het proces-verbaal van verkoop stelt de deurwaarder een door hem te onderteekenen opgave van zijn verschotten en ontvangsten. Zie § 69 der instructie, opgenomen onder art. 14.

§ 91 der instructie. De deurwaarder behoort den door hem aan te stellen bewaarder, behalve op art. 454 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, op art. 198 van het Wetboek van Strafrecht opmerkzaam te maken en daarvan in het proces-verbaal van beslag te doen bbjken (41).

41. Zie de aantt. 20 en 21 op aci."IS0 W. v. B. R. (bijl. D).

§ 92 der instructie. Tndien een deurwaarder tijdelijk buiten staat is dienst te doen, wijst de directeur, wanneer het geen bezwaar oplevert, dat het doen van exploten wordt uitgesteld, een ambtenaar tot tijdëhjke vervanging aan. Mocht evenbedoeld uitstel niet kunnen plaats hebben, dan doet de directeur aan den Minister een voorstel om in de tijdëhjke vervanging te voorzien (42—44).

42. De waarschuwingen en de aanmaningen kunnen dus uitgereikt worden door een, door den Directeur aan te wijzen, ambtenaar.

De beteekening van het dwangbevel en van andere exploten kan uitsluitend geschieden door een ambtenaar, aangewezen door den Minister.

43. Wanneer voor de tijdelijke vervanging een deurwaarder wordt aangewezen, moet deze de gedane exploten inschrijven in zijn eigen repertorium (a). Res. V. 1858, no. 107.

(o) Zie, nopens het houden van een repertorium, art. 22 hierna en de §§ 94—96 der instructie.

44. Verg. art. 16 W. v. B. R. (bijl. D).

Art. 21 (1—2). Wanneer de belasting, boete (3) en kosten, ter gelegenheid eener inbeslagneming, aan den deurwaarder worden aangeboden, is hij verplicht de gelden aan te nemen, mits daarvoor dadelijk quitantie gevende en daarvan melding makende op zijn repertorium en op den kant van het oorspronkelijke van het exploit.

In alle andere gevallen is het hem verboden, gelden tot betaling van belasting, boete (3) of kosten aan te nemen, of zich met de overbrenging van dezelve naar het kantoor van den ontvanger te belasten.

De belastingschuldige welke hem zoodanige gelden mocht toevertrouwen, is, des noods, gehouden ten tweeden male te betalen, behoudens zijn verhaal op den deurwaarder.

1. Dit artikel is ook van toepassing op de invordering van plaatselijke belasting. Zie aant. 9, noot a, op de Considerans hiervoor.

2. Na de beteekening van een dwangbevel, afkomstig van de Rijksverzekeringsbank, kan het daarin gevorderde bedrag uitsluitend worden betaald ten kantore der directe belastingen, waaraan de deurwaarder, houder van het dwangbevel, verbonden is, of, bij inbeslagneming, in handen van dien deurwaarder. Ongevallenwet 1901, art. bObis, tweede lid.

3. Het woord „boete" heeft hier zijn beteekenis verloren. In zake personeele en inkomstenbelasting worden de boeten niet meer

Sluiten