Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 22; Instructie, § 94.

178

teur der directe belastingen, of door zoodanigen anderen hoofdambtenaar, als daartoe in het vervolg door Ons (4) mocht worden aangewezen.

1. Volgens de Mem. v. T. op het Ontwerp der Gemeentewet is dit artikel ook van toepassing op de invordering van plaatselijke belastingen. Zie aant. 9, noot a, op de Considerans hiervoor.

De Minister van Financiën heeft evenwel aan het Adviesbureau van den Nederlandschen Bond van Gemeente-ambtenaren te kennen gegeven, dat de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid van het gewijzigde art. 261 der Gemeentewet, niet verplicht zijn een repertorium te houden. Het houden van een repertorium is door den wetgever alleen voorgeschreven met het oog op fiscale belangen (a). . , ,

Waar niet, zooals in de wet van 22 Mei 1845 ten aanzien van de deurwaarders der directe belastingen, uitdrukkelijk de verplichting tot het houden van een repertorium is opgelegd, meent de Minister, dat dit voor de bedoelde ambtenaren bij de uitoefening van hun taak onnoodig is. Zie Weekblad no. 2219, blzz. 29—30.

(a) De wet heeft het inschrijven van de akten in een repertorium voorgeschreven ten behoeve van de controle op de behooriijke registratie dier akten. Bes. van 26 Mei 1858, no. 76, Periodiek Woordenboek no. 3193.

Verg. § 96 der instructie hierna.

2. Nu art. 22 de verplichtingen, bij de bestaande wetten ten aanzien van het houden van een repertorium vastgesteld, van toepassing verklaart op de deurwaarders der directe belastingen, volgt daaruit, dat daardoor ook op hen van toepassing worden de boeten, welke bij die wetten den deurwaarders zijn opgelegd, voor het geval, dat zij de bepalingen, omtrent het aanhouden, enz. van het repertorium, niet nakomen. Mes. van 24 Maart 1904, no. 14, Periodiek Woordenboek no. 9692.

3. Het repertorium is ingesteld bij art. 49 der wet van 22 Frimaire, an VII, terwijl art. 50 dier wet aangeeft, hetgeen ieder artikel van het repertorium zal bevatten.

Voor de gerechtsdeurwaarders is het houden van een repertorium voorgeschreven bij art. 12 van Reglement no. IV, behoorende bij het Kon. besluit van 14 Sept. 1838, S. no. 36 (a), houdende vaststelling van vier Reglementen, ter voldoening aan art. 19 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie.

(o) Zie Staatsblad 1911, no. 147. Het besluit van 1838 is laatstelijk gewijzigd bij dat van 6 Mei 1916 S. no. 183.

4. Bij Kon. besluit van 24 Febr. 1856, S. no. 5, V. 1856, no. 14, zijn daartoe aangewezen de Directeurs der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen. ^$6*?

§ 94 der instructie. De deurwaarder houdt een, door den directeur der directe belastingen gekantteekend en gewaarmerkt, en uit ongezegeld (5) papier samengesteld repertorium van vijf kolommen op iedere bladzijde, respectievelijk bestemd voor:

1 °. het in cijfers aan te wijzen nummer van volgorde;

2°. de voluit te schrijven dagteekening der akte;

3°. de vermelding van den aard der akte (6);

4°. de invulling der namen en voornamen van partijen en van derzelver woonplaatsen (7), en

5°. de dagteekening der registratie en, zoo noodig, het bedrag van het geheven recht (8—9).

Sluiten