Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

174

Wet, Art. 22; Instructie, § 94.

In dit repertorium schrijft de deurwaarder, dag voor dag, zonder openlating of tusschenvoeging, alle aan de registratie onderworpen akten en exploten, in zijne hoedanigheid beteekend of verricht (10—12), en zulks op verbeurte eener boete van f 8,75 voor ieder verzuim (18).

5. De door de deurwaarders te houden repertoria zijn vrij van zegel ingevolge art. 23 hierna. Zie ook aant. 22 op dat artikel.

6. Zie aant. 5 op art. 21.

I. In de akte van beteekening van het dwangbevel en in de verdere akten en exploten wordt de naam van den Ontvanger niet vermeld.

Bij de invulling van kolom 4 van zijn repertorium kan de deurwaarder, in zooverre, volstaan met vermelding van de kwaliteit en de woonplaats van den Ontvanger. Zie aant. 62 op art. 14.

Ook bij de inschrijving van akten en exploten betrekkelijk de beteekening en tenuitvoerlegging van dwangbevelen, afkomstig Van de Rijksverzekeringsbank, behoeft de haam van den Voorzitter van het Bestuur der Bank niet te worden ingeschreven. Verg. aant. 63 op art; 14 hiervoor.

8. Alle stukken, die daarvoor in de termen vallen, moeten dadelijk na het beteekenen worden ingeschreven en dus vóórdat ze ter registratie worden aangeboden. Na terugontvangst moet kolom 5 van het repertorium worden ingevuld. Verg.- het Jaarboekje van 1882, blz. 202.

9. Het letterlijk relaas der registratie behoeft dus niet te worden ingeschreven.

Zie, omtrent de stukken die onderworpen zijn aan het recht van registratie, § 97 der instructie, opgenomen onder art. 23, alsmede aant. 23 op dat artikel.

10. De deurwaarder houdt slechts één repertorium, waarin hij inschrijft alle akten en exploten, die hij in zijn kwaliteit van deurwaarder der directe belastingen beteekent of verricht, dus ook die, betrekkelijk de beteekening en tenuitvoerlegging van dwangbevelen, afkomstig van de Rijksverzekeringsbank.

De akten en exploten, die de deurwaarder c. q. verricht als ambtenaar, bedoeld in art. 261 der Gemeentewet, behoeft hij niet in zijn repertorium in te schrijven. Zie aant. 1 hiervoor; verg. mede aant. 11 hierna.

Voorts behoeven alleen te worden ingeschreven de akten en exploten die aan de registratie onderworpen zijn (a—c).

Daaronder vallen dus niet de stukken die vrijgesteld zijn van de formaliteit van registratie. Zie de aantt. 12 en 18 op art. 23.

(o) De akte van prolongatie is wel onderworpen aan de formaliteit van registratie, maar is geen akte, opgemaakt door den deurwaarder.

De Ontvanger zal dan ook voor de registratie der akte moeten zorgen. Zij wordt dus niet in het repertorium ingeschreven.

De akte van beteekening, die uit zoodanige akte mocht voortvloeien, wordt daarentegen wel ingeschreven. Verg. aant. 8 op art. 462 W. v. B. R., in bijl. D.

(6) De bepaling, dat alleen de aan registratie onderworpen akten en exploten moeten worden ingeschreven, stemt niet overeen met art. 49 der wet van 22 Frimaire, an Vn.

Vol gens dat artikel moeten „tous les actes et exploits de leur ministère'' door de deurwaarders (les huissiers) worden ingeschreven.

(c) Ook de aanteekening, bedoeld bij art. 467 W. v. B. R, moet worden geregistreerd en in het repertorium ingeschreven. Zie aant. 30 op art. 23.

II. Een kommies der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen, aan wien het ambt van deurwaarder is opgedragen, is niet verplicht de

Sluiten