Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wet, Art. 28; Instructie, §§ 99—100.

183

De processen-verbaal van verkoop van goederen, tot verhaal van geldboete (in zake invoerrechten en accijnzen), worden evenwel in debet geregistreerd. Zie § 3 der res. V. 1901, no. 152.

(o) Zie de res. V. 1887, no. 22, en Weekblad no. 1949.

3%. Art. 25 der wet van 22 Frimaire, an VII, bepaalt, dat wanneer de laatste dag is: l.°„un décadi; 2°. un jour de fête nationale; ou 3°. s'il tombe dans les jours complémentaires," die dag niet geteid zal worden.

De sub 1 en 3 vermelde dagen zijn door de in Nederland herstelde vroegere tijdrekening vervallen.

Onder de sub 2 vermelde dagen kunnen noodwendig niet anders worden verstaan, dan de wettige feestdagen.

Daar nu de Nederlandsche wetgeving alleen den Zondag als wettigen feestdag erkent (a), zoo volgt, dat de twee Paasch- en Pinksterdagen, de Hemelvaartsdag, de Kerstdagen en de Nieuwjaarsdag (geen Zondag zijnde), in den termijn van registratie moeten worden medegerekend. Res. van 23 Maart 1854, no. 78, Periodiek Woordenboek no. 2290.

(o) Zie de res. V. 1840, no. 161, en het Arrest van den Hoogen Raad van 8 April 1856, V. 1856, no. 34.

Zie mede de wetten van 27 April 1904, S. no. 83, en 20 Juni 1913, S. no. 294, benevens aant. 28 op art. 2 biervoor.

33. De bepaling van het derde lid van § 99 is ontleend aan art. 5 der wet V. 1832, no. 113.

34. Volgens art. 34 der wet van 22 Frimaire, an VII, in verband met art. 16 der wet V. 1832, no. 113, bedragen de hier genoemde boeten respectievelijk / 12,50 (vijf en twintig francs) en ƒ 25,— (vijftig francs). Deze boeten werden echter bij art. 19 der wet van 11 Juli 1882, S, no. 92, met de helft verhoogd.

Krachtens art. 36, lett. b, der Leeningwet 1914, V. v. V. no. 469, worden tijdelijk tien opcenten geheven op de boeten van registratie.

§ 109 der instructie. De verphchtingen, bij de thans nog in kracht zijnde wetten den openbaren ambtenaren opgelegd, om tot geene verkooping van roerende goederen over te gaan, zonder voorafgaande aangifte aan het kantoor der registratie, zijn niet van toepassing op de deurwaarders der directe belastingen.

De processen-verbaal van verkoop mogen op geen minder zegel dan van vijftig cents in hoofdsom (85—86), en alleen op papier, vanwege het Eijk uitgegeven, worden geschreven. Bij overtreding verbeurt de deurwaarder eene boete van f 25 in hoofdsom (86—37).

De deurwaarder zal zich moeten onthouden van den afdruk van de zegelstempels, zoo min op de voor- als keerzijde, door letters te bedekken, of op eenige andere wijs onkenbaar te maken; hij zal bovendien de akte niet anders dan ter hoogte' van, of onder den afdruk van den zegelstempel mogen aanvangen of vervolgen; alles op verbeurte eener boete van f 10 in hoofdsom (86) voor iedere overtreding (38).

De deurwaarder is verplicht elk voorwerp, dat hij toewijst, onniiddeUijk in het proces-verbaal te brengen, met vermelding van den daarvoor besteden prijs in letters, en buiten 's lijns in cijfers (89). Overtredingen te dien opzichte worden op de navolgende wijze gestraft :

1°. met eene boete van f 75, behalve op de teruggave van het recht, elke toewijzing, waarvan op het proces-verbaal geene melding is gemaakt;

2°. met dezelfde boete en teruggaaf, onvemünderd de straffen op ver-

Sluiten