Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186

Wet, Art. 24

%. Art. 24 handelt alleen over de bepalingen omtrent den voorrang en de vervolgingen, dus niet over die omtrent de verjaring. Verg. aant. 5 op art. 11.

3. In zake directe belastingen strekt het recht van parate executie zich uit tot de kosten, door de executie veroorzaakt. Arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 Febr. 1913; zie B. no. 1153 en Weekblad no. 2149.

Ook in zake de tenuitvoerlegging van dwangbevelen, afkomstig van de Rijksverzekeringsbank, strekt het recht van parate executie zich uit tot de kosten van vervolging. Zie art. bObis der Ongevallenwet 1901.

4. Kosten van* aanslag komen niet meer voor.

De quitantiën van betaalde belasting zijn thans steeds vrij van zegel. Zie de aantt. 13—15 op art. 23.

Omtrent de kosten van schatting, telling en herziening wordt verwezen naar aant. 2 op art. 4.

5. Krachtens art. 34 der Leeningwet 1914, V. v. V. no. 469, worden tijdelijk twintig Rijksopcenten geheven op de grondbelasting en op de personeele belasting.

Krachtens art. 35 van genoemde wet, gewijzigd bij het eenig artikel der wet van 27 Maart 1915, S. no. 168, V. v. V. no. 521, worden tijdelijk drie en dertig Rijksopcenten geheven op de inkomstenbelasting en op de vermogensbelasting.

6. Krachtens art. 240 der Gemeentewet, zooals dat artikel is vastgesteld bij art. 12, lett. A, der wet V. 1897, no. 71, en nader gewijzigd bij art. 1 der wet V. 1900, no. 92, kunnen de Gemeentebesturen opcenten heffen op de hoofdsom der grondbelasting en op die der personeele belasting.

Het getal der gemeenteopcenten op de grondbelasting kan voor de gebouwde eigendommen tot veertig, ^voor de ongebouwde tot tien gaan. Gemeentewet (V. 1851, no. 169), art. 242, aldus vastgesteld bij art. 3 der wet V. 1865, Tio. 82.

De gemeenteopcenten op de personeele belasting worden op alle aanslagen in de gemeente tot een gelijk getal geheven.

Indien echter het getal hooger dan 50 is, blijft het tot 50 beperkt voor de aanslagen van hen, voor wie de belastbare huurwaarde niet te boven gaat het dubbel van de som, in art. 12 der wet van 16 April 1896, S. no. 72f bepaald, en stijgt het, op in de verordening tot heffing aan te geven wijze, geleidelijk zóó, dat het volle getal bereikt wordt uiterlijk bij de aanslagen van hen, voor wie de belastbare huurwaarde het vijfvoud van de bedoelde som bedraagt.

Op de aanslagen van hen, die niet naar den grondslag huurwaarde worden aangeslagen, wordt het volle getal opcenten geheven. Alsvoren, art. 247, aldus vastgesteld bij de wet V. 1897, no. 71.

De gemeenteopcenten op 's Rijks directe belastingen worden, tegelijk met deze, door 's Rijks ambtenaren ingevorderd, en vóór het einde van elke maand, volgende op die, waarin zij zijn ontvangen, aan den Gemeenteontvanger uitgekeerd (a). Alsvoren, art. 263.

(o) De voorschriften omtrent uitkeering en beschikbaarstelling der gemeenteopcenten op de directe belastingen zijn vastgesteld bij de res. V. v. V. no. 554, sub L Zie ook § 17 dier resolutie.

I. Volgens art. 126bis der Provinciale wet (V. 1905, no. 91), gewijzigd bij art. 1 der wet V. v. V. no. 520, kunnen de Provinciale Staten opcenten heffen;

a. op de hoofdsom der grondbelasting;

b. op de hoofdsom der personeele belasting;

c. op de hoofdsom der vermogensbelasting en der inkomstenbelasting.

Sluiten