Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

Bijlage A (Instr. Inv.)

behoorende en speciaal niet op eenige ordonnantiën van betaling, welke, zoo ter zake van traktementen, soldijen of pensioenen, als ter voldoening van aannemingen, leverantiën, als anderszins, reeds geslagen zijn of nog moeten geslagen worden.

Evenmin zullen arresten verleend of gedoogd worden op gelden of andere objecten, berustende onder provinciale, plaatselijke of andere administratiën, voor zoover die betrekking hebben tot' zee- of rivierwaterkeerende werken, de sluiswerken daaronder begrepen (a).

(o) Verg. aant. 113 op art. 14 der Wet op de Invordering.

Art. 2. Alle degenen, welke, ter voldoening aan een vonnis of tot securiteit van eenige pretentiën, ten. laste van particuliere ingezetenen of van eenige corporatie, aanspraak maken op eenige gelden of andere objecten in art. 1 vermeld, zullen zich moeten adresseeren aan den Secretaris van Staat of het Hoofd der administratie, onder welke die gelden of objecten berusten of behooren; en zal daaromtrent, alsdan op zoodanige wijze worden gehandeld, als Wij, op het rapport van den Secretaris van Staat of ander Hoofd van administfiatie, aan wien het adres zal gemaakt zijn, zullen oordeelen te behooren.

Art. 3. Op de traktementen der officieren (b) Onzer land- en zeemacht van allen rang, mitsgaders der administrateuren' en-officieren van gezondheid tot dezelve behoorende, — gelijk mede op de pensioenen van de gepensionneerde officieren van de land- en zeemacht, zal door de Departementen van Oorlog en van Marine respectievelijk korting kunnen worden verleend, onder de bepalingen in de volgende artikelen vastgesteld (c).

(b) Bij art. 5 van het Kon. besluit van 24 Dec. 1817, no. 74 (V. 1825, no. 166), is het volgende bepaald:

„Wanneer een officier of militair beambte nalatig mocht blijven in het voldoen van zijn aanslag, en, na de gewone waarschuwing of sommatie, in die nalatigheid mocht volharden, zoodanig, dat tot het doen van poursuites tegen hem zou dienen te worden overgegaan, zullen die poursuites niet op de gewone wijze worden gedirigeerd, maar zal van zijn nalatigheid, met preciese opgave van het door hem verschuldigde over het geheele jaar, rapport moeten worden gedaan aan den Directeur der directe belastingen in de provincie, die dezelve opgaven zal doen toekomen aan den Inspecteur of Onder-Inspecteur der Administratie van Oorlog; zullende Onze Staatsraad, Intendant-Generaal dier Administratie, op het deswege aan hem door den Inspecteur of Onder-Inspecteur te doen verslag, dadelijk de noodige order stellen, dat bjj de eerstvolgende, aan zoodanigen nalatigen officier, te doene traktementsbetaling, het beloop van het verschuldigde in eens worde gestort."

(c) Omtrent inhouding op traktementen en pensioenen van burgerlijke ambtenaren wordt in art. 3 niets bepaald. Men zie Weekblad no. 2145.

Ten aanzien van pensioenen wordt mede verwezen naar het slot der aanteekening.

Art. 4. Deze korting zal zijn van een vierde van het beloop der traktementen of pensioenen van / 1600,— en daar beneden, en van een derde van het beloop der traktementen of pensioenen, welke meer dan / 1600,— beloopen.

Art. 5. Geen korting zal kunnen worden geobtineerd voor minder dan vijf en twintig gulden (d) terwijl daarenboven de schuld, waarvoor de korting gevraagd wordt, ingeval dezelve uit leverantiën, arbeidsloonen en dergelijke voortspruit, ten minste een jaar oud zal moeten zijn.

(d) Het minimum van art. 5 der wet van 24 Januari 1815, S. no. 5, geldt niet voor inhouding wegens Rijksbelastingschuld. Res. van 11 Sept. 1888, no. 18.

De artt. 6, e. v., zijn hier van minder belang en te vinden in Fiscus no. 647.

Bij art. 42 der Burgerlijke pensioenwet, V. v. V. no, 311, zijn de bepalingen der'wet van 24 Januari 1815, S. no. 5, met opzicht tot de burgerlijke pensioenen gehandhaafd en toepasselijk verklaard.

Sluiten