Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

196

Bijlage A (Instr. Inv.). — §§ 102—104.

in de stelling van den Helder, alsmede die van de depóts, gevestigd te Amsterdam, Haarlem, Hoorn, Alkmaar en den Helder;

3°. den Controleur van de inwendige administratie der korpsen, 3e bureau, te Breda, voor zooveel betreft:

de administratiën der afdeelingen in de Nieuwe Hollandsche Waterlinie, in de stelling van de monden van de Maas en het Haringvliet en in de stelling van het Hollandseh Diep en het Volkerak, alsmede die der depóts gevestigd te Utrecht, 's-Gravenhage, Leiden, Delft, Woerden, Gouda, Schoonhoven, Dordrecht, Willemstad en Hellevoetsluis. Res. van 26- Juni 1915, no. 100.

4. Zie aant. 29 op art. 3 der Wet op de Invordering.

Verg. mede het derde lid van § 11 der instructie, opgenomen onder gemeld art. 3.

5. De staten Directe bel. no, 3 worden ter opruiming ingezonden na verloop van vijf jaren — het jaar, waartoe zij betrekking hebben, niet medegerekend. Res. V. v. V. no. 601, § 19.

6. Door de Gemeentebesturen wordt nl. een register aangehouden van de personen aan wie attestatiën de vita, benoodigd voor de ontvangst van pensioenen, enz. worden afgegeven.

Dit register bevat hun namen en voornamen, den datum waarop zij geboren of gedoopt zijn, het bedrag van het pensioen, enz., alsmede register en nommer van inschrijving van dat pensioen. Zie de artt. 1 en 3 van het Kon. besluit van 16 Febr. 1891, S. no. 30.

Ten aanzien van gepensionneerden, aan wie het pensioen wordt uitbetaald op den voet van het Kon. besluit V. 1894, no. 118, kan de Ontvanger de noodige gegevens ontleenen aan het te zijnen kantore berustend register, bedoeld bij art. 4 van dat besluit.

T. Bij een res. van 12 Sept. 1878, no. 56, werd voorgeschreven om voor weduwen niet alleen den naam van den overleden echtgenoot, maar ook haar eigen namen te vermelden.

8. Bij een res. van 5 Juli 1899, no. 66, werd bepaald, dat, wannéér vóór de verzending der aanvragen om inhouding één der daarop voorkomende belastingschuldigen mocht komen voldoen, diens naam op de aanvrage behoort te worden doorgehaald. Aanteekening in de kolom van aanmerkingen werd niet voldoende geacht.

§ 103. Van verrnmdering der schuld, hetzij door betaling, hetzij door ontheffing of kwijtschelding wordt zoo spoedig mogelijk aan hetzelfde adres als de aanvrage bericht gezonden door toezending van een staat Directe Belastingen no. 4 in simplo, afzonderlijk voor ieder departement of onderdeel daarvan evenals voor de aanvrage (1).

1. De staat Directe bel. no. 4 is opgenomen onder de modellen, achteraan in het werk.

§ 104. De ontvanger houdt van de opgemaakte staten Directe Belastingen nos. 2 en 4 aanteekening in een daarvoor aan te leggen register, waarvoor gebruik moet worden gemaakt van het materieel Directe Belastingen no. 2 (1).

Het opschrift van het register wordt met de pen gewijzigd als volgt:

Sluiten