Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage A (Iüstr. Inv.). — §§ 123—127.

205

2. De omstandigheid, dat een aanslag of gedeelte van een aanslag in een directe belasting, als oninbaar is afgeschreven, is geen beletsel om het bedrag, indien de gelegenheid zich aanbiedt, alsnog bij dwangbevel in te vorderen. Res. van 28 Febr. 1910, no. 20; zie B. no. 791.

3. In het register-journaal Compt. no. 8.

De quitantie wordt gesteld op het aanslagbiljet en de betrekkelijke i expeditie in Compt. no. 8 wordt door een kruisstreep onbruikbaar gemaakt.

Qok wanneer de op een ander kantoor betaalde belasting reeds als oninbaar is afgeschreven, moet, na de ontvangst van een extract, Directe bel. no. 14, de boeking niet geschieden in het journaal Compt. no. 1, doch in het journaal Compt. no. 8 en dus ook het volgnommer van dit journaal op het extract worden aangeteekend. Res. V. 1904, no. 45.

4. Blijkens den developppmentstaat, Compt. no. 10 (a), worden ook de vervolgingskosten, ontvangen wegens vroeger oninbaar geleden belasting, als buitengewone ontvangst verantwoord.

(a) Zie de resolutiën V. 1845, no. 45, en V. 1852, no. 207.

§ 124 (1). Mocht vernieuwde poging tot mvordering van op de staten behouden posten vruchteloos blijken, dan kunnen deze, alsmede de posten, voorkomende op de in § 116 bedoelde nota, welke oninbaar blijken te zijn, op nadere staten worden gebracht, mits deze voor het einde der elfde maand na afloop van het belastingjaar aan den inspecteur worden overgelegd. Hetzelfde geldt voor de posten, waarvoor inzending van eene nota overeenkomstig het bepaalde in § 116, laatste lid, is achterwege gelaten.

Deze nadere staten worden op dezelfde wijze behandeld als de primitieve.

Voor de door den directeur aan te wijzen groote gemeenten kunnen de ontvangers voor de personeele belasting en de inkomstenbelasting nog nadere staten inzenden vóór of op den SOsten September van het tweede kalenderjaar na dat, waarin de dienst is aangevangen.

1. Gewijzigd volgens § 90 der Instructie Inkomstenbelasting.

§ 125. Behalve de staten tot aanzuivering van den dienst kunnen na de in de §§ 114 en 124 bepaalde termijnen alleen staten van oninbare posten worden opgemaakt na vooraf bekomen machtiging van den directeur.

§ 126. Verwijzing naar deze instructie geschiedt door de woorden „Instructie Invordering".

§ 127. Deze instructie treedt in werking op 1 Januari 1913; het daarbij ingestelde Eijksmaterieel wordt echter eerst te beginnen met 1 Januari 1914 in gebruik genomen.

De vóór 1855 in de Verzameling opgenomen resolutiën, voor zoover zij op de invordering van directe belastingen betrekking hebben, alsmede de resolutiën:

V. 1855, nos. 8, 4, 16 en 18; V. 1856, nos. 15 en 110; V. 1857, nos. 70, 77, 87, 88, 96, 109 en 116;

V. 1858, nos. 80, 50, 74 en 109;

V. 1859, nos. 71 en 96;

V. 1860, nos. 27, 98, 129 en 156;

V. 1861, nos. 8, 9, 51, 81 en 112;

V. 1862, nos. 32, 48 en 180;

V. 1863, nos. 9, 63, 64, 107 en 167;

Sluiten