Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE B.

I.

Wet van 1 Juni 1850, S. no. 26, V. v. V. no. 140, sub II, betrekkelijk de kosten van vervolging in zake directe belastingen.

Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groothertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat, volgens art. 18 der wet op de invordering van 's Bijks directe belastingen van 22 Mei 1845 (Stmtsblad no. 2$), de door Ons vastgestelde tarieven voor de berekening der verschuldigde kosten van vervolging, waarvan het bedrag niet reeds bij die wet is bepaald (1 —2), uiterlijk binnen vijf jaren na de afkondiging dier wet door nadere wettelijke bepalingen vervangen moeten worden (8—6);

Zoo is het, dat Wij, den Baad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gehjk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

1. Het tarief der kosten van vervolging was geregeld bij het Kon. besluit van 21 Aug. 1845, S. no. 50, Off. Verz. 1845, no. 143.

%. Tab de artt. 13 en 17 der bedoelde wet.

Verg. bij art. 13: § 1 der I. V., in onderdeel II van deze bijlage.

Ten aanzien van art. 17 worde opgemerkt, dat van het middel van inlegering in het vervolg geen gebruik meer zal wórden gemaakt. Zie § 85 der Instructie Invordering.

3. De bepalingen der wet van 1850 gelden, in verband met art. 260 der Gemeentewet (a), mede bij de invordering van plaatselijke belastingen.

(a) Zie aant. 9 op de Considerans der Wet op de Invordering.

4. De kosten Van vervolging in zake de tenuitvoerlegging van dwangbevelen, afkomstig van de Rijksverzekeringsbank, worden berekend volgens de bepalingen betrekkelijk de kosten van vervolging in zake directe belastingen. Zie art. bObis der Ongevallenwet 1901, opgenomen in bijl. G I.

5. De instructie tot uitvoering dezer wet (I. V.) is vastgesteld bij de res. van 28 Oct. 1912, no. 67, V. v. V. no. 116, en in deze bijlage als onderdeel II opgenomen.

6. Over „Vervolgingskosten" komen beschouwingen voor in Weekblad nos. 2253 en 2261.

* Art. 1. Aan de deurwaarders der directe belastingen is verschuldigd (1):

Sluiten