Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage B, I (Wet 1850). — Artt. 1—4.

235

1. De deurwaarders genieten thans uit de vervolging in zake directe belastingen geen baten meer. Zie art. 55 van het Organisatiebesluit 1904, in aant. 16 op art. 20 der Wet op de Invordering.

Verg. mede § 18 der I. V.

2. De vordering van deze kosten vindt geen toepassing meer. Verg. aant. 2 op de Considerans hiervoor.

3. Met betrekking tot dit artikel wordt overigens verwezen naar de daarmede correspondeerende §§ der I. V., voorzien van aanteekeningen, opgenomen in onderdeel II dezer bijlage.

Art. %. De deurwaarders kunnen ter zake van vervolgingen voor de invordering der directe belastingen, aan de belastingschuldigen geene reiskosten in rekening brengen.

Die kosten worden hun door het Bijk geleden als onverhaalbare kosten van vervolging (1).

1. Aan iederen deurwaarder wordt thans, voor zooveel noodig, door den Minister een vaste jaarlijksche som toegekend o. a. als vergoeding voor reis- en verblijfkosten.

Zie art. 55 van het Organisatiebesluit 1904, in aant. 16 op art. 20 der Wet op de Invordering.

Art. 3. Aan den gestelden bewaarder over in beslag genomen of verzegelde goederen wordt, wanneer hij geen medebewoner is van het huis of de plaats, waarin de inbeslagneming of verzegeling heeft plaats gehad, of zelf bij de bewaring daarvan geen belang heeft, of wanneer hij daarmede in geene andere betrekking is belast, voor eiken dag, kost en onderhoud daaronder begrepen, toegelegd per dag f 1,00.

Indien een medebewoner van het huis of de plaats waarin de inbeslagneming of verzegeling heeft plaats gehad, die zelf bij de bewaring daarvan geen belang heeft, of daarmede in geene andere betrekking is belast, tot bewaarder over de in beslag genomen of verzegelde goederen wordt gesteld, wordt aan dezen daarvoor toegekend per dag f 0,40 (1).

1. Met betrekking tot dit artikel wordt verwezen naar de daarmede correspondeerende §§ der I. V., voorzien van aanteekeningen, opgenomen in onderdeel II dezer bijlage.

Art. 4. Deze wet treedt in werking met den 12en Juni 1850.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wien zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Sluiten