Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

Bijlage B, II (I. V.). — §§ 15—18.

uitkeering van een verhoogd bewaarloon, met het vorenstaande rekening houden. Res. van 9 Aug. 1910, no. 63. Verg. de res. van 6 Febr. 1913, no. 7, in aant. 1 op § 26 hierna.

5. De eigenaar van in beslag genomen goederen, die met zijn goedvinden tot bewaarder is aangesteld, heeft geen aanspraak op bewaarloon. Vonnis van de Arr. Rechtbank te Winschoten van 13 Juli 1887, W. v. h. R. no. 5579.

6. Verg. § 23, met aanteekeningen, hierna.

§ 16. Kosten van transport van goederen, kosten van werklieden enz., moeten den deurwaarder, volgens de zinsnede die in art; 1 der wet tusschen d en e is ingevoegd, naar billijkheid als uitschotten in rekening worden geleden, op vertoon van quitantiën, en desnoods op taxatie van den voorzitter der rechtbank van het arrondissément waarin de kosten zijn gemaakt (1—2).

1. Verg. § 17 en aant. 2 op § 11 hiervoor.

%. Zie, omtrent verplaatsing van in beslag genomen goederen, de artt. 445 en 463 W. v. B. R.

Zie mede aant. 2, noot a, op art. 468 W. v. B. R., in bijl. D.

§ 1T. Onder de in de vorige paragraaf bedoelde uitschotten zijn begrepen de kosten der aankondiging van een exploot of van den executorialen verkoop in een dagblad, het loon van omroepers, afslagers enz.; verder de kosten die bij voorgenomen beslaglegging worden gemaakt voor het openen van deuren of huisraad (art. 444 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) (1).

Kosten wegens vervoer van goederen naar de plaats van verkoop en andere daarmede in verband staande kosten, worden niet aan den belastingschuldige in rekening gebracht, wanneer de verkoop op eene andere plaats dan die der beslaglegging, geschiedt krachtens vergunning der rechtbank, en die vergunning door den ontvanger is gevraagd (2).

1. Ook de door den deurwaarder betaalde rechten van zegel en registratie, voor het proces-verbaial van verkoop, moeten hem als uitschotten in rekening worden geleden. Verg. § 97 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 23 der Wet op de Invordering.

%. Verg. art. 463 W. v. B. R.

Zie mede het tweede lid van § 8, met aant. 6, hiervoor.

§ 18. In verband met het bepaalde bij art. 55 van het Organisatiebesluit 1904 (1) wordt het bedrag der door de belastingschuldigen betaalde kosten van vervolging geboekt in de daarvoor bestemde kolom van het journaal van ontvangst (2—5).

Hiervan zijn uitgezonderd de uitschotten van den deurwaarder en het loon van getuigen en bewaarder, geen ambtenaar zijnde (6), noch behoorende tot de personen, die eene belooning ontvangen onafhankelijk van het resultaat der ingestelde vervolgingen (verg. § 26 hierna). Laatstbedoelde kosten worden geboekt in een register — waarvoor wordt ingesteld het materieel Directe Belastingen no. 28 — en wel gesplitst voor de uitschotten en het loon van getuigen en bewaarder (7). In dit register, — dat niet jaarlijks behoeft te worden vernieuwd (8), wordt tevens door de betrokkenen quitantie voor ontvangst

Sluiten