Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

/

Bijlage B, II (I. V.). — §§ 23—24

251

§ 23. Bewaardersloon wordt o. a. vergoed, wanneer een voorgenomen arrest wordt opgeschort (1) en de deurwaarder een bewaarder had medegebracht of wanneer om andere geldige redenen dat loon niet door den belastingschuldige wordt betaald (2—8).

Wordt, nadat beslag is gelegd, de schuld met de kosten alsnog vrijwillig aangezuiverd en kan het beslag niet meer denzelfden dag worden opgeheven, dan wordt den bewaarder het loon, dat hem over den volgenden dag toekomt ten laste van het Bijk uitbetaald (4—5).

1. Zie § 59 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 14 der Wet op de Invordering.

2. Het geval heeft zich voorgedaan, dat onwillige belastingschuldigen het den, bij een inbeslagneming hunner meubelen, aangestelden bewaarder zoo lastig maakten, dat deze niet in de woning kon blijven, waardoor de gelegenheid ontstond om de meubels aan het daarop gelegde beslag te onttrekken.

De vraag of herhaling hiervan niet zou zijn te voorkomen, door, in gevallen, waarin men met reden dergelijke plagerijen kan voorzien, de in beslag genomen goederen uit de woning van den belastingschuldige te vervoeren naar een andere plaats, waar zij zonder bezwaar kunnen worworden bewaakt, moet ontkennend worden beantwoord. De wet toch kent, buiten de gevallen, in de artt. 445 en 463 W. v. B. R. bedoeld, geen verplaatsing der in beslag genomen roerende goederen tegen den wil van den beslagene.

Bovenbedoelde moeilijkheden zijn te ondervangen, waar dit noodzakelijk voorkomt, door niet één, doch twee of meer bewaarders aan te stellen. Daargelaten, dat tegen twee of meer personen minder spoedig brutaal zal worden opgetreden, ontstaat daardoor de gelegenheid om de politie te hulp te roepen, zonder de in besiag genomen goederen onbewaakt te laten.

De omstandigheid, dat meer dan een bewaarder wordt aangesteld, kan niet ten gevolge hebben, dat den, beslagene wegens bewaarloon méér in rekening wordt gebracht dan het in art. 3 der wet van 1 Juni 1850, S. no. 26; bedoeld bedrag. Heeft men te dezer zake meer moeten uitgeven, dan komen die meerdere kosten voor rekening van het Rijk en kunnen zij. als onverhaalbare kosten van vervolging op een staat van oninbare posten worden gebracht. Res. van 28 Mei 1900, no. 25.

3. Zie de res. van 9 Aug. 1910, no. 63, in aant. 4 op § 15 hiervoor. Zie mede aant. 11 op art. 21 der Wet op de Invordering.

4. Wanneer de belastingschuldige het verschuldigde na de sluiting van het kantoor wil betalen, moet de opheffing van het arrest den volgenden dag plaats hebben, met bijberekenmg van het voor dien dag aan den bewaarder verschuldigd loon, omdat deze niet eerder formeel wordt ontslagen (a). Weekblad no. 561.

(o) Opgemerkt wordt dat thans het beslag, als regel, niet meer bij exploot wordt opgeheven en dat de bewaarder wordt ontslagen door een schriftelijke kennisgeving van den deurwaarder. Zie § 68 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 14 der Wet op de Invordering.

5. Verg. § 15, tweede lid, der I.O.

§ 24. Dwangbevelen van een ander kantoor afkomstig, worden in de declaratie van den deurwaarder als zoodanig aangeduid. In het hoofd der

Sluiten