Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage C, I (Ongevallenwet). — Artt. 47—49.

257

hetwelk verkregen wordt door vermenigvuldiging van vier gulden met het aantal dagen, waarop die werkman in de betalingsperiode bij den werkgever heeft gewerkt, komt dit meerdere bij het bepalen van het totaal van het loon niet in aanmerking.

Voor de betaling wordt eene kwijting in duplo verstrekt.

Uiterlijk op den vijftienden dag na den vervaldag zendt de werkgever een exemplaar der kwijting aan het bestuur der Bijksverzekeringsbank, onder bijvoeging der in het vorige artikel sub b en c vermelde en door hem ingevulde stukken.

Ingeval de werkgever een publiekrechteHjk lichaam is, wordt als woonplaats van dit lichaam aangemerkt de gemeente, waar de aangifte ingevolge art. 88 is geschied of had behooren te geschieden.

Art. 4Hbis. Ten aanzien van bedrijven, enz.

Art. 48 (1). Het bestuur der Bijksverzekeringsbank stelt na ontvangst der stukken, in art. 47 vermeld, het bedrag der door den werkgever verschuldigde premie vast. Het aldus vastgestelde bedrag wordt hem bij te adviseeren dienstbrief medegedeeld, vergezeld van de berekening, waarop het steunt, indien het niet overeenstemt met des werkgevers berekening.

Bedraagt het vastgestelde bedrag meer dan de werkgever bereids betaalde, dan heeft hij dit meerdere binnen vijftien dagen na de dagteekening van het bewijs van adviseering van den in het eerste lid van dit artikel bedoelden dienstbrief te voldoen ten kantore der posterijen, in art. 47 bedoeld.

Bedraagt het vastgestelde bedrag minder dan de werkgever bereids betaalde, dan wordt hem tegelijk met de mededeeling daarvan dit mindere kosteloos overgemaakt.

1. In de Off. Verz. 1909, no. 107, is dit artikel, blijkbaar ten onrechte, opgenomen als art. ilbis. Zie den tekst der wet, gepubliceerd in het Staatsblad van 1910, no. 241.

Art. 49. Indien door het bestuur der Bijksverzekeringsbank verklaard wordt, dat in eene onderneming reeds over een of meer betalmgstermijnen een verzekeringsphchtig bedrijf is uitgeoefend, heeft de werkgever binnen vijftien dagen na de dagteekening van het bewijs van adviseering van den dienstbrief, betreffende de mdeeling van zijne onderneming in eene gevarenklasse en het aan de onderneming toegewezen gevarencijfer (1), de verschuldigde premie over de verstreken termijnen in eens te betalen op de wijze, vermeld in art. 47.

De vaststelling der premie en de nadere verrekening, indien die noodig is, geschieden op de wijze, in het vorige artikel bepaald.

Premiën, welke langer dan vijf jaren verschuldigd zijn, worden niet meer ingevorderd (2).

1. In de Off%Verz. 1909, no. 107, staat hier: gevaeenpercentage.

Bij art. 2 der wet van 13 Januari 1908, S. no. 24, is in art. 49 het woord gevarexipercentage vervangen door: gevarency/er.

2. Voor de invordering bij dwangbevel van premie, verschuldigd ingevolge de Ongevallenwet 1901, is in die wet geen verjaringstermijn opgenomen. Daarvoor gelden düs de regelen van het Burgerlijk Recht. Deze termijn is volgens art. 2014 B. W. 30 jaren. Fiscus no. 1196.

Zie ook Fiscus no. 1153.

Invordering.

17

Sluiten