Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

262

Bijlage C, I (Ongevallenwet). — Artt. 77—116.

Art. 77. Heeft een werkgever bezwaar tegen eenige beslissing, door het bestuur der Bijksverzekeringsbank genomen ingevolge de artt. 36,87,88,40, 48, 49 en 50, tweede en derde lid, dan is hij bevoegd binnen vijftien dagen na de dagteekening der mededeeling daarvan in beroep te komen.

Art. 78, enz.

HOOFDSTUK XI, enz. HOOFDSTUK XTV. Van de kosten der Rijksvw^lteringsbank.

Art. 96. Voor brieven en verdere stukken, welke den dienst der Bijksverzekeringsbank betreffen, wordt vrijstelling van port verleend.

HOOFDSTUK XV, enz. HOOFDSTUK XVIII. Slotbepalingen.

Art. 113. Alle stukken, verzoekschriften en beschikkingen opgemaakt ten gevolge van de artt. 32, 35 tot en met 38, 40, 45 tot en met 50, 61, 62,64 tot en met 70, 84 en 85 en ten gevolge van de bepalingen van een algemeenen maatregel van bestuur of van een Ministerieel besluit, uitgevaardigd naar aanleiding van een dezer artikelen, zijn, met uitzondering van het dwangbevel, bedoeld in art. 50, vierde lid, vrij van het recht van zegel en van de formaliteit van registratie en worden kosteloos uitgereikt (1).

1. Evenals dit steeds voor alle dwangbevelen is aangenomen, kan ook het in art. 113 der Ongevallenwet 1901 bedoelde dwangbevel worden geacht één geheel uit te maken met de akte van beteekening daarvan en behoeft dus de beteekening niet afzonderlijk te worden geregistreerd.

De processen-verbaal van inbeslagneming en van verkoop, evenals alle exploten, die na de akte van beteekening van het dwangbevel worden uitgebracht, moeten geacht worden te zijn opgemaakt, niet krachtens art. 50 der Ongevallenwet 1901, doch uit krachte van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, zoodat op deze stukken de vrijstelling van art. 113 der Ongevallenwet 1901 niet van toepassing is. Res. van 27 Januari 1906, no. 6, Periodiek Woordenboek no. 9958; zie ook de res. van 17 Nov. 1905, no. 84, Periodiek Woordenboek no. 9913.

Verg. de aantt. 7 en 8 op art. 23 der Wet op de Invordering.

Zie mede de aantt. 1 en 2 op § 11 der I. 0., in onderdeel II dezer bijlage.

Art. 114. Hetgeen enz.

Art. 115. Deze wet kan worden aangehaald onder den titel van „-Onge vallenwet 1901".

Art. 116, enz.

Verg. blz. 285.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Sluiten