Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage C, II (L O.). — §§ 7—8.

269

de beteekening van het dwangbevel, doch vóórdat het bericht van den deurwaarder aldaar is ingekomen. Weekblad no. 2095.

§ 8. Mocht dooreenen werkgever op het-tijdstip dat de deurwaarder tot de beteekening van een dwangbevel zal overgaan met eenigen grond worden beweerd, dat inmiddels reeds betaling van het verschuldigde ten kantore of hulpkantore der posterijen heeft plaats gevonden, zonder dat hij dit nochtans door vertoon eener kwijting, welke op hetzelfde tijdvak (1) betrekking heeft en ten minste het volle bedrag van het bij dwangbevel gevorderde beloopt, kan bewijzen, dan wordt desniettemin het dwangbevel beteekend (2). Van het een en ander wordt door den deurwaarder ten spoedigste aan den ontvanger mededeeling gedaan, die daarvan op zijn beurt kennis geeft aan het Bestemder Bijksverzekeringsbank (3). Deze geeft den ontvanger uitsluitsel nopens de al dan niet geldigheid der betaling in verband met de beteekening van het dwangbevel. Is de betaling geldig bevonden, dan blijft de verdere tenuitvoerlegging van het dwangbevel achterwege (4—5). Bhjkt echter, dat zij ongeldig is, dan zal metternin de storting ten kantore of hulpkantore der posterijen beschouwd worden als ter juiste plaatse gedane betaling der kosten, gevallen op de beteekening van het dwangbevel, met een gedeelte der premie, indien de werkgever het restant der premie alsnog binnen 5 dagen na de uitreiking van de hierna bedoelde kennisgeving ten kantore van den ontvanger voldoet.

De ontvanger doet daartoe den werkgever eene kennisgeving, waarvoor een door de Bank verstrekt formulier wordt gebezigd, uitreiken (6). Deze uitreiking kan per post geschieden; voor de verzending bestaat vrijdom van briefport, mits op het adres worde vermeld: „Dienst dér Bijksverzekeringsbank. Uitvoering van het bepaalde bij artikel 506is der Ongevallenwet 1901" met duidelijke opgaaf van naam (qualiteit) en woonplaats van den afzender.

Ingeval de werkgever het in de kennisgeving vermelde bedrag komt betalen, wordt dit bedrag als vervolgingskosten geboekt (7). Volgt echter na de uitreiking der kennisgeving geene betaling, dan wordt de vervolging voor het geheele in het dwangbevel vermelde bedrag, benevens de vervolgingskosten, doorgezet.

Het in deze paragraaf bepaalde behoort, voor zooveel mogelijk, ook te worden toegepast, wanneer de daarin bedoelde bewering van den werkgever wordt gedaan, nadat het dwangbevel beteekend is.

1. Het hier bedoelde tijdvak staat vermeld in den bij § 2 bedoelden begeleidenden staat.

3. Indien een voldoende kwijting wordt vertoond, blijft de beteekening van het dwangbevel achterwege. Zie § 9.

3. Vrijstelling van port is verleend bij art. 96 der Ongevallenwet 1901.

4. Betaling ten kantore der posterijen na de uitvaardiging van het dwangbevel, doch vóór de beteekening, is nl. geldig. Weekblad no. 1950.

5. Sommige Ontvangers verkeeren in de meening dat, wanneer aan een nalatigen werkgever een dwangbevel wegens verschuldigde ongeyallenpremie is beteekend en later blijkt van betaling van het verschuldigde vóór de beteekening, de kosten van die beteekening aan de Rijksverzekeringsbank in rekening moeten worden gebracht. Die opvatting is niet juist. Zooals van zelf spreekt, kunnen de kosten in dat geval met van den

Sluiten