Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage C, II (I. O.). — §§ 11—13.

273

verwerende, ten onderwerp hebbende de invordering van 's Rijks belastingen en alle andere sommen, aan den Lande verschuldigd, wanneer het bedrag de som van vijftien gulden niet te boven gaat.

Volgens art. 27, lett. A, no. 23, der Zegelwet V. 1844, no. 74, zijn deze stukken vrijgesteld van het recht van zegel, voor zoover het gevorderde bedrag de som van dertig gulden niet overtreft.

De vraag of registratierecht verschuldigd is. voor een exploot waarin niet uit(irukkelijk een bedrag wordt gevorderd, zooals het exploot waarbij een gelegd derden-beslag aan den geëxecuteerde wordt beteekend (art. 476 W. v. B. R.), wordt in Weekblad no. 2227 bevestigend beantwoord.

3. Als „gevorderd bedrag" moet worden aangemerkt het bedrag, waarvoor bevel of herhaald bevel tot betaling wordt gedaan, dus de hoofdsom der vordering vermeerderd met de reeds eerder gemaakte kosten. De kosten van de akte zelve blijven buiten aanmerking. Res. van 21 Maart 1873, no. 54, Periodiek Woordenboek no. 6444, en van 25 Febr. 1909, no. 67, Periodiek Woordenboek no. 10304.

Verg. Weekblad nos. 1965 en 1967 en Fiscus no. 1183.

4. Zie, nopens het bedrag van het registratierecht, aant. 23 op art. 23 der Wet op de Invordering.

5. Waar de registratierechten der dwangbevelen een deel vormen van de kosten, welke door de nalatigheid van den werkgever worden veroorzaakt, behooren zij op hem te worden verhaald.

De door den deurwaarder bij voorschot betaalde rechten behooren mitsdien niet te worden gerangschikt onder de uitschotten welke aan de Rijksverzekeringsbank in rekening kunnen worden gebracht (a), . , tenzij in het geval dat op den nalatigen werkgever geen verhaal mocht bestaan (b). Res. van 18 Januari 1910, no. 137.

(o) Verg. § 15.

(b) Ook wanneer de registratierechten om andere redenen niet door den Werkgever worden betaald, moeten deze uitschotten aan de Bank in rekening worden gebracht. Verg. § 15 en het slot van aant. 7, met noot c, op § 1 hiervoor.

6. De hier bedoelde, bij voorschot betaalde bedragen, kunnen door den Ontvanger onmiddellijk, in afwachting van nadere verrekening, .aan den deurwaarder worden terugbetaald.

Zie aant. 5 op § 15 hierna.

§ 1%. Ingevolge de wetgeving op* de Registratie moeten de deurwaarders de akte van beteekening der dwangbevelen, bedoeld in art. 50 der Ongevallenwet 1901, en alle verdere exploiten en processen-verbaal, daaruit voortvloeiende, steeds doen registreeren, ook dan wanneer geen registratierecht is verschuldigd.

De termijn, binnen welken de registratie moet plaats hebben en de gevolgen, aan het overschrijden daarvan verbonden, zijn dezelfde als voor de registratie van stukken in zake de invordering van directe belastingen gesteld (1).

1. Verg. de §§ 97—100 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 23 der Wet op de Invordering, alsmede de §§ 94—-96 dier instructie, opgenomen onder art. 22 der gemelde wet.

§ 13. De toerekening en afschrijving van de betalingen der werkgevers geschieden, ingevolge artt. 50bis en 50fer der Ongevallenwet 1901, in de vol- gèndie-orde:

Invordering. 18

Sluiten