Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

278

Bijlage C, II (I. O.). — §§ 16—17.

bank worden ontvangen, in de tweede kolom te worden geboekt. Verg. aant. 9 op § 9.

4. In laatstbedoelde gevallen wordt het vacatiëloon der getuigen en het bewaardersloon mede aan het Rijk verantwoord. Verg. de §§ 18 en 26 der I. V.

Zie mede aant. 10 op § 15 hiervoor.

5. Waaronder de door den deurwaarder voorgeschoten registratierechten. Weekblad no. 2194.

6. Zie de aantt. 8 en 9 op § 18 der I. V., in bijl. B II.

7. Verg. art. 113 der Ongevallenwet 1901.

8. Ook bij betaling door schippers, die geen bekende vaste woonplaats aan den wal hebben en voor wie bij § 19 afwijkende bepalingen zijn vastgesteld, behoort een opgave, als bedoeld in het laatste lid van § 16, te worden verzonden. Weekblad no. 2092.

§ 17 (1). Aan het einde der maand wordt een maandstaat R. V. B. no. 4* in duplo opgemaakt waarvan de noodige modellen door het Bestuur der Rijksverzekeringsbank worden verstrekt (2). De opmaking blijft achterwege, indien over de maand geen ontvangsten of uitgaven hebben plaats gehad en evenmin vermelding van dwangbevelen als bedoeld in het zesde lid dezer paragraaf te pas komt.

In den maandstaat worden de ontvangsten, voor zoover deze uit verschuldigde premie en interesten en uit zegelkosten bestaan, gespecificeerd vermeld, terwijl in één bedrag daarin worden opgenomen de uitschotten en loonen bedoeld in § 15.

De dwangbevelen waarop evenbedoelde ontvangsten zijn geïnd, worden aangeduid door vermelding van hun volgnummer en den datum en het nummer van den begeleidenden staat van toezen<ling. Achter de posten, waarvan de inning is geschied door middel van beslaglegging wordt de wijze van beslaglegging in de kolom van aanmerkingen aangeteekend (beslag op roerend goed, beslag op onroerend goed, derden-beslag) terwijl bovendien daaronder wordt vermeld „verkoop" of „geen verkoop" ter aanduiding of executoriale verkoop al of niet daarop is gevolgd (3).

Het verschil tusschen het totaal-generaal der ontvangsten en de hiervoren bedoelde uitgaven, zooals dit in den maandstaat is vermeld, wordt, indien de ontvangsten de uitgaven overtreffen, door den ontvanger ten kantore of hulpkantore der posterijen op zijn standplaats gestort, zonder gespecificeerde opgave (4). Voor het bedrag der storting ten postkantore wordt aldaar eene quitantie B. V. B. no. 4 in duplo afgegeven (5). Bij storting aan een hulppostkantoor kan deze afgifte niet dadelijk geschieden, maar wordt in afwachting hiervan een voorloopig ontvangbewijs B. V. B. no. 9 afgegeven, hetwelk zoo spoedig mogelijk tegen eerstbedoelde quitantie in duplo zal worden verwisseld (6—7).

Overtreffen de in den maandstaat vermelde uitgaven de daarin verantwoorde ontvangsten, dan zal den ontvanger voor dit verschil te zijner tijd een mandaat ten laste van de Bijksverzekeringsbank worden toegezonden, ten postkantore betaalbaar. De vordering op de Bijksverzekeringsbank wordt, zoolang deze niet is betaald, als waarde in kas beschouwd.

Sluiten