Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

288

Bijlage D (Burg. RechtsvO. — Artt. 2—4. •

11. Wanneer het Hoofd van het plaatselijk bestuur, of die hem vervangt weigert het oorspronkelijk exploot met „Gezien" te teekenen, volstaat de deurwaarder, met vermelding te maken van deze weigering Fiscus no. 469.

12. Het Hoofd van het plaatselijk bestuur moet het afschrift, zoo mogelijk, aan den gedaagde doen toekomen.

Hij is in privé aansprakelijk voor de schade, die hij door zijn nalatigheid 'Tïï^ï?®**- Vonnis de Arr. Rechtbank te Maastricht van 26 Maart ■ 1896, W. v. h. R. no. 6835, Fiscus no. 402.

13« Wanneer de deurwaarder noch den gedaagde, noch iemand van (hens huisgenooten aan diens woonplaats heeft gevonden, vordert de wet met, dat dit woordelijk in het exploot worde vermeld. Vonnis van den Kantonrechter te 's-Hertogenbosch van 5 Juli 1877, W. v. h. R. no. 4301.

TxrH\,iVt* ^ z*et met °P de processen-verbaal van inbeslagneming. Weekblad no. 2026.

Wordt bij gelegenheid eener inbeslagneming niemand aanwezig bevoniïen'jI?jliet huis waar de inbeslagneming zal geschieden, dan wordt gehandeld op den voet van art. 444. Zie aant. 1 op dat artikel.

Verg. aant. 6 op art. 453.

15. Voor een exploot, ter voldoening aan art. 2 W. v. B. R. gedaan aan den Burgemeester, is, boven de gewone kosten, / 0,30 verschuldigd. I V § 6. .o ,

Zie mede aant. 2 op de aangehaalde paragraaf, in bijl. BIL

Art. 3. Aan elk der gedaagden moet een afschrift van het exploot gelaten worden (1—2). 5

Echter zal aan echtgenooten, niet van tafel en bed, of van goederen gescheiden zijnde, slechts één afschrift worden gelaten.

1. Uit de woorden „A an elk der gedaagden" moet volgen, dat, wanneer dezelfde akte of dezelfde aanzegging aan meer dan één persoon moet worden beteekend, men slechts één exploot vervaardigt en daarvan zooveel afschriften maakt, als er personen zijn, aan wie de beteekening moet worden gedaan. Caljé, De Deurwaarder, no. 197.

2. De deurwaarder heeft, bij het uitbrengen van hetzelfde exploot aan meerdere personen, buiten het hem toekomende voor de afschriften, slechts recht op de kosten van één exploot. Zie aant. 2 op § 3 der I. V (bijl. B II).

Art. 4. De dagvaardingen en alle andere exploten zullen gedaan worden op de wijze als volgt:

1°. Ten aanzien van den Koning, de leden van het Koninklijk huis en den Staat, aan den persoon, of in het parket van den procureur-generaal bij den Hoogen Baad;

2°. Ten aanzien van openbare mstellingen of stichtingen en zedelijke lichamen, aan den persoon of ter woonplaats van het hoofd des bestuurs, of ter plaatse waar het bestuur deszelfs zitting of kantoor houdt (1); .

3°. Ten aanzien van gemeenten, aan den persoon of ter woonplaats van het hoofd van het plaatsehjk bestuur, of aan den persoon, of de woonplaats van dengeen die hem.vervangt;

4°. Ten aanzien van vennootschappen van koophandel; aan haar gemeen-

Sluiten