Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Art. 4.

289

schappelijk kantoor, en, zoo er geen is, aan den persoon of de woonplaats van een der besturende vennooten, en na de ontbinding, aan den persoon of de woonplaats van een der vereffenaars (2—4);

5°. Ten aanzien van den boedel eens gefailleerden, of van iemand die in staat van kennelijk onvermogen is verklaard, aan den persoon of de woonplaats van een der bewindvoerders (5—6);

6°. Ten aanzien van overledenen, aan de' gezamenlijke erfgenamen en in ééns, zonder uitdrukking van namen of woonplaatsen, ter laatste woonplaats van den overledene; edoch niet langer dan gedurende een jaar na het overlijden (7-11);

7°. Ten aanzien van hen, die geene bekende woonplaats in.het koninkrijk hebben, ter plaatse van hun werkelijk verblijf (12).

Indien deze plaats niet bekend is, gelijk mede ingeval in rechten worden opgeroepen houders van aandeelen in geldleeningen of maatschappijen, welke niet op naam staan, en waarvan de eigenaars uit dien hoofde onbekend zijn, zal het exploot worden aangeplakt aan de hoofddeur van de gehoorzaal des rechters, voor wien de vordering gebracht wordt of aanhangig is, en zal een tweede afschrift moeten worden overgegeven aan den ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij dat rechterlijk college, die het oorspronkelijke met gezien zal teekenen (13).

Daarenboven moet het gedaan exploot worden aangekondigd in een der dagbladen van de plaats, waar de rechtbank zitting houdt, of, bij gebreke daarvan, van eene naburige plaats.

Gelijkelijk zal worden gehandeld ten aanzien van naamlooze vennootschappen, bestaande of ontbonden, bij gebreke van gemeenschappelijk kantoor, bestuurder of vereffenaar, of wanneer de bestuurder of vereffenaar geen bekende woonplaats en geen bekend werkelijk verblijf binnen het koninkrijk heeft.

Indien het exploot niet een te voeren of aanhangig rechtsgeding betreft, moet het worden aangeplakt aan de hoofddeur van de gehoorzaal der rechtbank, binnen wier ressort de verzoeker zijne woonplaats heeft, het tweede afschrift aan den ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij die rechtbank worden overgegeven en de aankondiging in een der dagbladen van die woonplaats of, bij gebreke daarvan, van eene naburige plaats, geschieden (14—17);

8°. Ten aanzien van hen, die in de koloniën van den Staat of buitenslands wonen, voor zooverre zij binnen het koninkrijk geen bekend verblijf hebben, aan den ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het rechterlijk college, voor hetwelk de vordering moet gebracht worden of aanhangig is, en die het oorspronkelijke met gezien zal teekenen, en het afschrift van het exploot, ten behoeve der eerstgemelden aan het departement der koloniën, en van laatstgemelden aan dat van buitenlandsche zaken zal toezenden (18).

Indien het exploot niet een te voeren of aanhangig rechtsgeding betreft, zal het gedaan worden aan den ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank, binnen wier ressort de verzoeker zijne woonplaats heeft, welke ambtenaar daarmede zal handelen als in het eerste lid is omschreven (14, 17).

Indien in het geval van het tweede en het vierde lid van no. 7 en in dat van het eerste lid van no. 8, hierboven voorzien, de zaak voor den kantonrechter moet dienen of dient, zal het tweede afschrift van het exploot worden overgegeven aan den persoon of de woonplaats van het hoofd van het plaatselijk bestuur of van dengeen, die hem vervangt, welke hetzelve, ten einde als bij de voorzeide nummers is vermeld, moet doen toekomen aan den Officier bij

Invordering.

Sluiten