Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Art. 5.

295

3°. De middelen en het onderwerp van den eisch, met eene duidelijke en bepaalde conclusie;

4°. De aanwijzing van den rechter die van de zaak moet kennis nemen;

5°. Den dag en het uur waarop de gedaagde in rechten moet verschijnen.

Het exploot en' het afschrift daarvan zullen door den deurwaarder moeten worden geteekend..

1. In de akte van beteekening van het dwangbevel wordt bevel gedaan om binnen twee dagen te betalen.

„Binnen twee dagen" beteekent: op een der twee eerstvolgende kantoordagen; zie aant. 5 op art. 2 der Wet op de Invordering.

Deze termijn van twee dagen staat in verband met de bepaling van art. 439 W. v. B. R., krachtens welk artikel het beslag op roerende goederen moet zijn voorafgegaan van een exploot, houdende bevel om binnen twee dagen te betalen.

Er moet volgens dat artikel voorts woonplaats worden gekozen binnen de gemeente waar de executie moet plaats hebben (a).

Wanneer het voornemen bestaat de onroerende goederen van den belastingschuldige te executeeren, zal woonplaats moeten worden gekozen in de plaats waar de Rechtbank, die van de zaak moet kennis nemen, zitting houdt, terwijl de akte van beteekening dan uitdrukkelijk moet vermelden, dat bij niet-betaling^zal worden overgegaan tot de inbeslagneming van de onroerende goederen. Verg. art. 502 W. v. B. R.

Indien een schip zal worden in beslag genomen, kan het gewenscht zijn, in verband met de bepaling van het tweede lid van art. 563 W. v. B. R., de termijn van twee dagen niet in het exploot van beteekening te vermelden of te vervangen door een termijn van vier en twintig uren.

Verg. aant. 5 op art. 563.

(et) Zie de aantt. 7 en 8 op art. 439 hierna.

%. De deurwaarders der directe belastingen moeten in al hun akten en exploten, op straffe van nietigheid, melding maken, dat zij voorzien zijn van hun aanstelling en dat daarop de beëediging door den Kantonrechter is vermeld. Zie art. 20 der Wet op de Invordering.

Deze bepaling van art. 20 der Wet op de Invordering wordt geacht niet van toepassing te zijn op de akten eh exploten betreffende de beteekening en tenuitvoerlegging van dwangbevelen, afkomstig van de Rijksverzekeringsbank. Weekblad no. 1950.

Een andere meening wordt verdedigd in Fiscus no. 1154.

3. In de akte van beteekening van het dwangbevel, bedoeld bij art. 50 der Ongevallenwet 1901, wordt steeds nauwkeurig het uur vermeld waarop de beteekenmg heeft plaats gehad. I. O., § 5, derde lid.

4. Een dagvaarding, waarin als woonplaats van den eischer (een schipper) staat vermeld: „wonende aan boord van zijn vaartuig, gedomicilieerd te Rotterdam," voldoet, in zooverre, aan art. 5, sub 1, W. v. B. R. Arrest van den Hoogen Raad van 27 Dec. 1901; zie Fiscus no. 680.

5. Volgens De Invordering no. 13 behoort de woonplaats van eischer, gedaagde en deurwaarder te worden aangeduid door vermelding van straat, gracht, nommer, enz.

6. In de dwangbevelen, akten van beteekening en verdere akten en exploten wordt de naam van den Ontvanger niet vermeld. Instructie Invordering, § 46, laatste lid.

Verg. aant. 63 op art. 14 der Wet op de Invordering.

Sluiten