Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

304

Bijlage D (Burg. Rechtsv;). — Art. 440.

Strafrecht. Vonnis van de Arr. Rechtbank te Zwolle van 8 Dec. 1910, W. v. h. R. no. 9135; zie Weekblad no. 2052. Verg. aant. 2oo art. 443 en aant. 7 op art. 469.

5. De twee dagen, die moeten verloopen tusschen het beslag en het bevel tot betaling, behoeven niet tot drie dagen te worden uitgebreid, wanneer de laatste der twéé dagen op een Zondag valt. De Zondag kan ook voor een dag worden medegeteld. Arrest van den Hoogen Raad van 27 Juni 1890, W. v. h. R. no. 5893.

Verg. aant. 2 op art. 439.

6. Het beslag kan ook geschieden op de openbare straat, bijv. tot verhaal van belasting, verschuldigd door een buitenlander die geregeld per rijtuig of rijwiel de grens passeert.

In Fiscus no. 1059 wordt in overweging gegeven het in beslag genomen rijtuig of rijwiel, zoo noodig, onder bewaring van het Gemeentebestuur te brengen.

7. De deurwaarder draagt zorg, dat aan de machtiging of de opdracht tot het leggen van beslag uitvoering is gegeven binnen dertig dagen na den dag, waarop hem de stukken zijn ter hand gesteld.

Is deze termijn overschreden, zonder, dat aan den belastingschuldige uitstel van betaling is verleend, dan wordt de Ontvanger met de reden der vertraging in kennis gesteld. Instructie Invordering, § 58.

•8. De gewone formaliteiten van exploten zijn omschreven in art. 5.

9. De wet bepaalt nergens, dat de in beslag te nemen goederen zich moeten bevinden in het huis, bij den schuldenaar in gebruik.

Er kan ook beslag worden gelegd op de goederen, die onder derden berusten. De moeilijkheid, die zich daarbij kan voordoen, is, dat de derde de goederen niet wil aanwijzen en ze niet ter beschikking van den deurwaarder wil stellen.

In dat geval is men verplicht zijn toevlucht te nemen tot het derdenbeslag (zie de tweede Afdeeling van dezen Titel).

Stelt daarentegen de persoon, die de goederen onder zijn berusting heeft, deze geheel ter beschikking van den deurwaarder, dan kan daarop, met toepassing der bepalingen van het tweede Boek, tweede Titel, eerste Afdeeling W. v. B. R., beslag worden gelegd. Tot bewaarder zou dan kunnen worden aangesteld de persoon onder wien de goederen berusten.

Verg. het Arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 Dec. 1912, W. v. h. R. no. 9474.

Een inbeslagneming, als hier bedoeld, wordt behandeld in De Invordering nos. 11 en 12.

10. Indien de belastingschuldige niet tegenwoordig is, kan deze een vertegenwoordiger hebben. Ontbreekt ook deze laatste, dan treedt het Hoofd of een lid van het Gemeentebestuur op, of wel een Commissaris van Politie. Aan deze personen kan daarom het herhaald bevel worden gedaan en wordt daaraan geen gevolg gegeven, dan wordt onmiddellijk tot inbeslagneming overgegaan. De Invordering no. 11.

Zie de aantt. 11—12 hierna, alsmede art. 444, met aant. 1.

11. Art. 440 W. v. B. R. veronderstelt, dat het herhaald bevel en het beslag slechts één exploot uitmaken, weshalve het herhaald bevel ook moet plaats vinden ter plaatse, waar de inbeslagneming wordt gedaan, om hét even of er al dan niet aldaar een persoon wordt gevonden, aan

Sluiten