Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

316

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 448—449.

le lid, sub %.

8. Bij de thans vervallen res. V. 1886, no. 23, werden piano's en huisorgels gerangschikt onder de werktuigen en gereedschappen, bedoeld in art. 448, no. 2.

Volgens Weekblad no. 659 kunnen daaronder echter niet begrepen worden de draaiorgels (a) en speeldoozen, omdat daarbij van geen uitoefening van kunsten, in den zm van art. 448, sprake kan zijn.

(a) In Caljé, De Deurwaarder, no. 129, wordt een draaiorgel van iemand, die daarmede langs de huizen zijn brood verdient, gerangschikt onder art. 447, no. 4.

9. De voorwerpen, bedoeld in art. 448, no. 2, moeten dienen tot eenig onderwijs of beoefening van kunsten en wetenschappen.

Een electrische piano, een speeldoos en een grammophoon kunnen niet gerekend worden tot die voorwerpen te behooren. De Invordering no. 24. ^

10. In art. 448, no. 2, wordt niet vereischt, dat de daar bedoelde goederen behooren tot het beroep van den persoon, tegen wien het beslag is gedaan {a). Vonnis van de Arr. Rechtbank te 's-Gravenhage van 4 Mei 1897, W. v. h. R. no. 7027.

(o) Wie eigenaar van het in beslag genomen voorwerp is en wie de kunst of de wetenschap beoefent doet met ter zake. Weekblad no. 1738.

le lid, sub 3.

11. Wanneer men bij een inbeslagneming één zwijn en één geit bevindt, ïshet voorzichtig deze twee dieren van de inbeslagneming uit te sluiten (a). Fiscus no. 26.

(o) In Fiscus no. 669 wordt daarentegen de vraag, of bij iemand, die één varken en één geit heeft, het varken kan worden in beslag genomen, bevestigend beantwoord.

18. In art. 448, no. 3, wordt niets gezegd omtrent den stier, den os, de pink en het kalf. Wanneer bij een inbeslagneming echter slechts één stier of één os of één pink of één kalf wordt bevonden, zal men goed doen deze buiten het beslag te laten. Zie Caljé, De Deurwaarder, no. 129.

13. Paarden kunnen steeds worden in beslag genomen want de wet zondert ze niet uit. Fiscus no. 85.

14. Indien de deurwaarder en de geëxecuteerde niet tot overeenstemming kunnen komen over de hoeveelheid stroo en voeder, zal de beslissing van den President der Rechtbank in kort geding moeten worden ingeroepen. Zie art. 438, met aant. 2.

2e lid.

15. Tot verhaal van belasting en ongevallenpremie zullen de in art. 448 genoemde voorwerpen dus niet in beslag kunnen worden genomen.

Art 449. Het proces-verbaal zal behelzen opgave van den dag en van het uur waarop de in beslag genomene goederen zullen verkocht worden (1).

Indien die opgave niet dadelijk kan geschieden, zal de deurwaarder zulks bij beteekende akte nader kunnen doen, uiterlijk binnen driemaal vier en twintig uren na het opmaken van voorschreven proces-verbaal (2—4).

Sluiten