Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Art. 457.

827

%. Het aan den arrestant beteekend proces-verbaal van vergelijking geldt als oppositie tegen de afgifte van kooppenningen. Zie art. 459, met aant. 1.

Verg. aant. 1 op art. 460.

3. De deurwaarder kan ook een oppositie beteekenen aan zich zelf. Verg. aant. 92 op art. 14 der Wet op de Invordering.

Zie mede art. 16 hiervoor, met aant. 1.

4. Uit de bepaling van art. 458 (hierna) volgt, dat de schuldeischer, om verzet te kunnen doen tegen de afgifte der kooppenningen, geen houder behoeft te zijn van een executorialen titel. Hij kan evenwel in de opbrengst van den verkoop niet deelen, zoolang hij van zulk een titel niet is voorzien en dezen verkrijgt hij door den schuldenaar te vervolgen en vonnis tegen hem te vragen.

In zake invordering van directe belastingen zal dus ook oppositie kunnen worden gedaan, zonder dat een dwangbevel bestaat. Verg. Fiscus no. 53.

Het is zelfs niet onwaarschijnlijk, dat het bestaan van een kohier daarvoor niet vereischt wordt. Blijkens het model XIII, bij de Administratie in gebruik, ligt het beteekenen van een oppositie, zonder het bestaan van een kohier, evenwel niet in de bedoeling van het Hoofdbestuur.

Al moge de oppositie mogelijk zijn, zonder het bestaan van een dwangbevel, de Ontvanger zal evenwel in de opbrengst van den verkoop niet kunnen deelen, wanneer hij, bij de verdeeling der kooppenningen, niet van zoodanigen titel voorzien is.

Hij zal dus c.q. tijdig de noodige vervolgingen moeten instellen.

Zoo noodig kan verlenging van den termijn van verkoop verzocht worden ; verg. art. 462, slot.

Uit het vorenstaande blijkt, dat de eigenlijke invordering der belasting niet geschiedt door het doen der oppositie (verg. § 63, eerste lid, der Instructie Invordering, in Aant. 1 hiervoor). Die invordering geschiedt krachtens het inmiddels tegen den schuldenaar verkregen en behoorlijk beteekend dwangbevel. Zie art. 14 der Wet op de Invordering.

.5. De beteekening aan den arrestant, bedoeld in dit artikel, moet, ten einde het gevaar voor nietigheid te vermijden, niet aan zijn gekozen, maar aan zijn werkelijke woonplaats geschieden (a). Ligt die woonplaats buiten den ambtskring van den Ontvanger, die de oppositie doet, dan wordt door dezen de gevorderde verklaring opgemaakt eh geteekend en vervolgens gezonden aan zijn ambtgenoot over de woonplaats van den arrestant (b), ten einde voor de beteekening te doen zorg dragen (c). Instructie Invordering, § 63, laatste lid.

(a) Verg. aant. 1Z op art. 439.

(6) Zie aant. 134 op art. 14 der Wet op de Invordering.

(c) De beteekening aan den deurwaarder kan, zoo noodig, geschieden ter plaatse van den verkoop. Zie de volgende aanteekening.

6. Volgens het éérste lid van art. 457 moet de oppositie worden gedaan. vóór den verkoop.

Blijkens het laatste lid is elke oppositie, nè den verkoop beteekend, nietig.

Door verschillende schrijvers, o.a. de Pinto en v. p. Honert, zie Fiscus no. 54, wordt aangenomen, dat een oppositie, tijdens den verkoop beteekend, van waarde is.

Zie mede Weekblad nos. 919 en 1471.

Sluiten