Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 459—461.

381

gelegd, daar hem het bestaan en de strekking van het reeds door eiseher onder zich zeiven gelegd beslag bekend was, door eischer terecht de opheffing en niet de schorsing van het door gedaagde gelegd beslag is gevorderd". De Invordering no. 13.

5. De kosten voor de beteekening van het proces-verbaal van vergelijking worden berekend volgens § 3 der I. V.

Verg. aant. 7 op art. 453.

6. Een model voor een proces-verbaal van vergelijking is te vinden in Caljé, De Deurwaarder, no. 395.

Een model voor de akte van beteekening aan den beslagene is opgenomen onder no. 397 in dat werk, terwijl voor de akte van beteekening aan den eersten arrestant kan worden gevolgd het model, vermeld in no. 398. Hierbij moet evenwel worden in acht genomen, dat de beteekenmg aan dien arrestant niet moet geschieden aan zijn, volgens art. 439, gekozene woonplaats, maar aan hem in persoon of aan zijn werkelijke woonplaats. Zie aant. 5 op art. 457.

Art. 460. Indien de arrestant in gebreke blijft om binnen den tennijn, bij art. 462 vermeld, den verkoop tot stand te brengen, kan ieder opposant, die eenen executorialen titel heeft, overgaan tot de vergelijking van de in beslag genomen goederen op het afschrift van het proces-verbaal van inbeslagneming, hetwelk de bewaarder gehouden is aan hem te vertoonen, mitsgaders tot de aanvulling der voorwerpen, welke niet bij de vroegere mbeslagneming mochten zijn opgeschreven, en dadelijk daarna tot den verkoop der goederen; alles na het doen van een bevel aan den arrestant beteekend, doch zonder dat er een eisch tot subrogatie zal gevorderd worden (1).

I. Ook andere opposanten dan die, welke oppositie hebben gedaan door middel van een proces-verbaal van vergelijking (zie aant. 1 op art. 459), kunnen, indien de arrestant in gebreke blijft de goederen te verkoopen of indien door hem het beslag, om andere redenen dan nietigheid in den vorm, wordt opgeheven (art. 461), in diens rechten treden en dus de goederen verkoopen, doch alleen voor zoover zij in het bezit van een executorialen titel zijn en nadat zij zijn overgegaan tot de vergelijking der goederen en bevel aan den arrestant hebben gedaan, een en ander volgens de voorschriften van art. 459.

Bleef het beslag, indien reeds vooraf een proces-verbaal van vergelijking was opgemaakt, na opheffing door den eersten arrestant, ten behoeve van den tweeden arrestant (tevens opposant) bestaan, in het hier bedoelde geval moet het beslag, bij vergelijking, alsnog worden gelegd.

En aangezien in de wet nergens is voorgeschreven, dat de opheffing van het beslag door den arrestant aan de opposanten moet worden medegedeeld, bestaat de mogelijkheid, dat de gearresteerde de in beslag genomen goederen (na de opheffing) heeft weggevoerd en de opposant met zijn proces-verbaal van vergelijking te laat komt.

Wanneer er dus gevaar bestaat, dat de arrestant de executie niet zal doorzetten, verdient het voor den opposant, die van een titel voorzien is (hetgeen met den Ontvanger gewoonlijk het geval zal zijn) aanbeveling, zoo spoedig mogelijk, met inachtneming van het bepaalde bij art. 459, over te gaan tot de opmaking van een proces-verbaal van vergelijking.

Art. 461. Indien de arrestant het beslag opheft, of indien hetzelve te zijnen aanzien, uit welken hoofde ook, buiten het geval van nietigheid in den vorm (1), wordt opgeheven, bhjft het beslag stand houden ten aanzien van

Sluiten