Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

332

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Art. 461.

eiken opposant, die eenen executorialen titel heeft, en zoodanig opposant heeft het vermogen in het vorige artikel gegeven.

Het recht van alle overige opposanten op de uitdeeling der kooppenningen, blijft wijders, in de gevallen bij dit en het vorige artikel uitgedrukt, in zijn geheel (2-4).

1. Het beslag vervalt, en daarmede alle rechten van de opposanten, indien het wordt opgeheven wegens nietigheid in den vorm. Verg. aant. 1 op art. 459.

%. Opheffing van executoriaal beslag op roerende goederen, of van derden-beslag, gelegd, wegens belastingschuld, behoeft niet bij exploot te geschieden, tenzij de beslagene zulks wtdmkkelijfcmocht verlangen (a), of die opheffing bij proces-verbaal moet worden geconstateerd. Dit laatste is het geval, indien er bij de inbeslagneming overeenkomstig art. 445 W. v. B. R. is gehandeld (b), of ingeval een deel der in beslag genomen roerende goederen is verduisterd en de schuld op het overschietende niet is te verhalen (c).

In geval van betaling stelt de Ontvanger op het aanslagbiljet een verklaring onder de kwijting, dat het beslag is opgeheven.

Indien de belastingschuldige het bedrag, waarvoor het derden-beslag is gelegd, met de kosten aanzuivert, doet de Ontvanger door den deurwaarder een kennisgeving (model XV), in gesloten omslag, aan den derden-beslagene uitreiken.

Ontslag van den bewaarder, voor zoover de belastingschuldige zelf geen bewaarder is, heeft plaats door schriftelijke kennisgeving van den deurwaarder. Instructie Invordering, § 68. Wjft.f; (o)pe opheffing geschiedt mede bij exploot in de gevallen, bedoeld bij § 83, 2e lid, en §84, 3e lid, der Instructie Invordering, opggnomen respectievelijk onder art. 15 en art. 16 der Wet op de Invordering. Zie ook aant. 152 op art. 14 dier wet.

^6) Onverschillig of de gelden of de geldswaardige papieren gedeponeerd zjjn ter griffie of op een andere plaats. Zie de aantt. 3 en 4 op art. 445 hiervoor.

(c) Wanneer al de in beslag genomen goederen zijn verduisterd is opheffing- big exploot of prooes-verbaal blijkbaar niet noodig. Zie aant. 150 op art. 14 der Wet op de Invordering.

3. Zie, omtrent opheffing van het beslag op een octrooi, het laatste lid van art. 41 der Octrooiwet 1910, S. no. 313, in aant. 9 op art. 453 hiervoor.

4. De opheffing van het beslag, bij exploot of proces-verbaal, wordt beteekend aan den beslagene.

Beteekening aan den bewaarder, met gelijktijdig ontslag, is onnoodig. De bewaarder wordt nl. ontslagen door een schriftelijke kennisgeving van den deurwaarder.

Van de opheffing van het beslag moet kennis worden gegeven aan den derden schuldenaar, aan wien het beslag, overeenkomstig art. 472 W. v. B. R. is beteekend. Beteekening van de opheffing aan dezen komt evenzeer onnoodig voor. Verg. het derde lid van § 68 der Instructie Invordering.

Hoewel niet uitdrukkelijk voorgeschreven, is het gewenscht, dat van de opheffing van het beslag mededeeling wordt gedaan aan de opposanten. Verg. aant. 1 op art. 460.

De kosten voor de opheffing van het beslag worden berekend:

a. indien deze bij exploot geschiedt, volgens § 3 der I. V.;

b. indien deze bij proces-verbaal wordt geconstateerd: voor de opmaking van het proces-verbaal, volgens § 12 der I. V., en voor de beteekening daarvan, volgens § 3 der I. V. Voor het bij de beteekening aan den besla-

Sluiten