Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 461—462.

888

gene over te geven afschrift van het proces-verhaal van opheffing mag geen schrijfloon worden berekend, zijnde dit begrepen in de belooning voor de opmaking. Zie de §§ 5, 12 en 13 der I. V.

In de gevallen, bedoeld in aant. 2, noot a, hiervoor, geschiedt de opheffing kosteloos. Verg. het aldaar aangehaalde tweede lid van § 83 der Instructie Invordering, alsmede § 8 der I. V.

Art. 462. De verkoop der in beslag genomene goederen mag geen plaats hebben vóór acht dagen, en moet geschieden binnen veertien dagen, te rekenen van den dag der inbeslagneming (1—5); in beide gevallen op straffe van vergoeding van kosten, schaden en interessen (6).

Deze termijn kan verkort of verlengd worden bij onderlinge toestemming van partijen en der opposanten, indien er zoodanige zijn, of ook door een bevel van den rechter (7—14).

1. Zie art. 449 hiervoor.

%. Ingeval een verzet, volgens art. 15 der Wet op de Invordering, is afgewezen, moet het vonnis dadelijk aan den belastmgschuldige worden beteekend, met nieuwe bepaling van den dag van verkoop. Instructie Invordering, § 83, derde lid. .

3. Ingeval een bezwaarschrift, bedoeld bij art. 16 der Wet op de Invordering, is afgewezen, wordt bij de beteekening der beschikking de nadere dag van vérkoop bepaald,' welke niet binnen acht dagen na die beteekening kan plaats hebben (a). Instructie Invordering, § 84, laatste lid.

(o) Verg. art. 16, eerste lid, der Wet op de Invordering.

4. Bij de resolutiën van 9 April 1895, no. 23, en van 9 Oct. 1896, no. 5, werd bepaald, dat, indien verzet tegen den verkoop van in beslag genomen goederen te duchten is, van den dag van verkoop vooraf tijdig moet worden kennis gegeven aan den betrokken Procureur-Generaal, fungeerend Directeur van Politie, ten einde maatregelen kunnen worden getroffen voor de handhaving der orde.

De verkoopingen moeten zooveel mogelijk worden gehouden op de dagen, die de politie-autoriteiten daartoe het meest geschikt achten.

5. De verkoop van een verpand of van een in beslag genomen octrooi geschiedt in het openbaar, ten overstaan van een notaris.

De schuldeischer, die den verkoop vervolgt, is verplicht den dag van den verkoop tenminste dertig dagen te voren aan alle dan ingeschreven pandhouders of executanten aan de door hen gekozen woonplaatsen te doen bctGGkcncii»

De titel, waaruit de toewijzing blijkt, wordt in de openbare registers van den Octrooiraad ingeschreven. Octrooiwet 1910, 5. no. 313, art. 42, eerste, tweede en derde lid.

Verg. aant. 9 op art. 453 hiervoor.

6. De inachtneming der in art. 462 genoemde termijnen is dus niet voorgeschreven op straffe van nietigheid van den verkoop.

T. Na inbeslagneming kan uitstel van betaling enkel worden verleend bij akte van prolongatie (model XI) (o). Instructie Invordering, § 59, laatste lid.

(o) Opgenomen in hgL A.

Sluiten