Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Burg, Rechtsv.). — Art. 469.

341

„De toewijzing zal geschieden aan den meestbiedende, en tegen gereede betaling; bij gebreke van betaling, zal het goed terstond weder verkocht worden ten laste van hem dien het toegewezen is".

Deze redactie kon echter niet verhinderen, dat de verkoop werd verijdeld door personen, die maar steeds door bleven bieden, zoodat de toewijzing aan den meestbiedende niet kon geschieden. Mem. v. T.

Zie, nopens het nemen van maatregelen, indien verzet tegen, of verijdeling van den verkoop wordt gevreesd, de res. van 16 Oct. 1894, no. 48, Kabinet.

(a) Het oorspronkelijk wetsontwerp is opgenomen in Fiscus no. 211. De Mem. v. T. in no. 198, het Voorl. V. in no. 211 en de Mem. v. A. in no. 220.

Het Afdeelingsverslag der Eerste Kamer, en een uittreksel der in die Kamer gehouden beraadslagingen, komen voor in Fiscus no. 229.

%. Bij art. 5, derde lid, der wet van 22 Pluviöse, an VII, is voorgeschreven, dat de verkoop moet geschieden in tegenwoordigheid van twee getuigen (o). Weekblad no. 1738.

(o) Tot getuige moeten, behalve in de groote gemeenten ter beoordeeling van' den Directeur, zooveel mogelijk worden genomen ambtenaren van den actieven dienst, gestationneerd in of nabij de plaats, waar assistentie var getuigen vereischt wordt. Zijn geen ambtenaren beschikbaar, dan worden bij voorkeur andere personen genomen, die in of nabij die plaats wonen. /. V., 8 21.

3. De deurwaarder is gerechtigd bij een executorialen verkoop van roerende goederen een afslager te nemen (a—b). Weekblad no. 2104.

(o) Het loon van den afslager is begrepen onder de uitschotten, die den belastingschuldige in rekening kunnen weden gebracht. Verg. § 17 der I. V.

(6) Kommiezen moeten niet fmigeeren als afslager en aanbrenger. Res. van 21 Oct. 1913, no. 9.

Omtrent het optreden-van kommiezen als bieder wordt verwezen naar de res. van 16 Oct. 1894, no. 48, Kabinet.

4. Verg. het Arrest van den Hoogen Raad van 9 Nov. 1906, in aant. 10 op art. 15 der Wet op de Invordering.

5. De deurwaarder, die, ten einde tot den executorialen verkoop van in beslag genomen goederen te kunnen overgaan, zich in het bezit daarvan stelt, handelt in de rechtmatige uitoefening zijner bediening. Wanneer de geëxecuteerde zich daartegen verzet, is de politie, ook zonder uitdrukkelijke wetsbepaling, bevoegd den deurwaarder, op zijn verzoek, daarbij hulp te verleenen en, zoo noodig, de woning van den geëxecuteerde binnen te treden. Een gewelddadig verzet daartegen zou de plegers daarvan doen vallen onder art. 180 van het Wetboek van Strafrecht.

Zie Fiscus no. 361, blz. 399, en Fiscus no. 362, blz. 406.

6. Volgens art. 470, tweede lid, kan de geëxecuteerde de orde regelen, volgens welke de goederen zullen worden geveild.

7. Bij Arrest van den Hoogen Raad van 11 Maart 1895, zie Fiscus no. 324, werd zekere R. van rechtsvervolging ontslagen wegens hem ten laste gelegde belemmering van een executorialen verkoop, uit overweging, dat in de bevoegdheid van den deurwaarder om een executorialen verkoop te houden, niet ligt opgesloten om toezicht te houden op zaken en handelingen van anderen. Bij geen wet of verordening is zoodanig toezicht van het openbaar gezag aan dien functionaris opgedragen.

Verg. art. 184 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede aant. 4 op art. 440 hiervoor.

Sluiten