Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

342

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 469—471.

8. Voor die gevallen, waarin de deurwaarder geen reden heeft om aan • kwaad willigheid onder de gegadigden te denken, zal hij geen gebruik maken van zijn bevoegdheid om depot te vragen, daar dit hem dan slechts noodeloozen last en omslag veroorzaakt. Mem. v. T.

9. Het laatste lid van art. 469 bepaalt, dat het goed weder verkocht zal worden „ten laste" van hem, wien het toegewezen is. Brengt het bij nieuwen verkoop dus minder op, dan moet hij dit mindere aanvullen; brengt het daarentegen meer op, dan komt dit meerdere ten voordeele van den schuldeischer of van den schuldenaar.

10. Naar aanleiding van den verkoop maakt de deurwaarder een proces-verbaal op, waarvoor de kosten worden berekend volgens § 9 der I. V. Verg. art. 474 hierna.

Het proces-verbaal van verkoop is steeds.'onderworpen aan het recht van zegel en aan het recht van.registratie.

Deze, door den deurwaarder betaalde rechten, worden den belastingschuldige als uitschotten in rekening gebracht. Verg. de §§ 16 en 17 der I. V. Zie ook § 19 dier instructie.

Met betrekking tot het zegel en de registratie van het proces-verbaal van verkoop wordt voorts verwezen naar de §§ 97,99 en 100 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 23 der Wet op de Invordering. Zie mede aant. 23 op dat artikel.

Art. 410. Wanneer de waarde der in beslag genomene goederen het beloop yan hetgeen waarvoor de mbeslagneming geschied is en waarvoor de oppositiën gedaan zijn, te boven gaat, zal men niet verder gaan dan tot verkoop van hetgeen genoegzaam is om de noodige som ter betaling der schulden en kosten op te brengen.

Te dien einde, kan de schuldenaar tegen wien het beslag gedaan is, de orde regelen, volgens welke de goederen zullen worden geveild (1).

1. De deurwaarder moet den beslagene, vóórdat hij tot verkoop overgaat, verzoeken de goederen te willen aanwijzen, die achtereenvolgens verkocht zullen worden.

Wordt daaraan niet voldaan, dan kan de deurwaarder zelf de orde regelen.

Art. 4T1. Indien onder de in beslag genomene goederen worden gevonden inschulden, waarvan bij titels of bescheiden bhjkt, kan tot verkoop van zoodanige inschulden worden overgegaan (1), evenals ten 'aanzien van andere roerende goederen is bepaald, of wel, voor zooverre die inschulden opeischbaar zijn, bij beslag onder derden worden geprocedeerd, op de wijze als bij de volgende afdeeling is bepaald (2).

1. Verg. art. 446.

%. Volgens Vernede moet men onder titels van inschulden niet begrijpen, aandeelen in publieke fondsen, stedelijke obligatiën, schuldbekentenissen aan toonder en dergelijke; maar wel hypotheken, vorderingen, enz.; zijn ze niet dadelijk opeischbaar, dan worden ze verkocht; zijn ze wèl opeischbaar, dan gelden de artt. 475, e.v., over het executoriaal beslag onder derden (a). Fiscus no. 85.

(a) Wanneer de inschulden opeischbaar zijn, dan kan geprocedeerd worden bjj beslag onder derden.

Be executant heeft dan keuze tusschen verkoop en derden-beslag.

Sluiten