Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage D (Borg. Rechtsv.). —

Artt. 475—476.

349

Voorts loopt de verklaring, bedoeld in de artt. 741 en 742, niet over hetgeen de derde-beslagene onder zich had, tijdens het leggen van het beslag, maar tijdens het afleggen der verklaring.

Zie het Arrest van den Hoogen Raad van 17 Januari 1902, in aant. 46 op art. 14 der Wet op de Invordering.

Verg. mede aant. 8 hiervoor, en aant. 4 op art. 741.

15. In geval van derden-beslag wordt aan den derden-beslagene ter hand gesteld een afschrift van het exploot van beslaglegging met een afschrift (extract) van (uit) het dwangbevel, waarop aan de achterzijde een afschrift (extract) van (uit) de geregistreerde akte van beteekening is vermeld.

Uit het exploot behoort te blijken, dat het beslag wordt gelegd niet alleen ter zake van de verschuldigde belasting, doch ook voor de vervolgingskosten, welke op het oogenblik van de beslaglegging reeds verschuldigd zijn, zoomede voor de verdere kosten, die uit de executie mochten voortvloeien; tot deze laatste zijn in de eerste plaats te rekenen die van beteekening van het beslag, ingevolge art. 476 W. v. B. R. (a). Instructie Invordering, § 66, eerste en tweede lid.

(a) Verg. de aantt. 1 en 2 op art. 476.

16. De kosten voor het exploot van derden-beslag worden berekend volgens de §§ 3 en 4 der I. V. Zie aant. 4 op § 4 dier instructie, in bijl. B II.

Verg. aant. 145 op art. 14 der Wet op de Invordering.

17. Een exploot van executoriaal beslag onder derden is opgenomen onder de modellen, achteraan in het werk.

Art. 416. Binnen acht dagen na het doen van dit beslag, moet hetzelve, op straffe van nietigheid, aan den geëxecuteerde worden beteekend, zonder dat tegen dezen eene deugdeUjkverklaring wordt vereischt (1—5).

1. De beteekening aan den belastingschuldige wordt niet gedaan, wanneer de belasting en de kosten inmiddels mochten zijn betaald, en in geen geval dan nadat vier dagen van den termijn, bedoeld in art. 476 W. v. B. R., zijn verstreken (a—b). Instructie Invordering, § 66, laatste lid.

(o) Verg. aant. 147 op art. 14 der Wet op de Invordering.

(6) Indien de belastingschuldige het bedrag, waarvoor het derden-beslag is gelegd, met de kosten, aanzuivert, doet de Ont vanger door den deurwaarder een kennisgeving (model XV) in gesloten omslag aan den derden-beslagene uitreiken. Instructie Invordering, § 68, derde lid.

%. De kosten der beteekening worden berekend volgens § 3 der I. V. Een model voor de akte van beteekening, bedoeld in art. 476, is opgenomen in De Invordering no. 23.

3.. Het beslag is dus nietig, zoowel als de beteekening niet is geschied binnen den termijn, in de wet bepaald (acht dagen), als wanneer zij geheel is achterwege gebleven.

De executant zal bij de oproeping van den derden-beslagene, tot het doen van verklaring (art. 479), moeten bewijzen, dat hij het beslag tijdig heeft doen beteekenen, en, bij gebreke hiervan, zal de laatste weigeren verklaring te doen, op grond der nietigheid van het beslag (a). De Pinto; zie Fiscus no. 652.

(o) Beteekening is daarom ook alleen dan noodig, wanneer het beslag moet worden vervolgd. De Invordering no, 22. Verg. aant. 1 hiervoor.

Sluiten