Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

354

Bijlage D (Burg. Rechtsv.). — Artt. 484—489.

- doen der in dit artikel bedoelde beteekening, moet worden aangenomen, dat ook een der andere belanghebbenden daartoe de bevoegdheid bezit, ten einde de termijn van art. 485 te doen loopen. De Pinto; zie Fiscus no. 657.

%. Door den Rechter-commissaris te bepalen. De Pinto'; zie Fiscus no. 657.

Art. 485. Indien binnen den tijd van veertien dagen na de in het vorige artikel vermelde kennisgeving, geene wederspraak is gedaan, zal de rechtercommissaris zijn proces-verbaal sluiten, en bij bevelschrift den houder der penningen (1) gelasten tot uitbetaling aan de schuldeischers van hetgeen hun, volgens den staat, toekomt.

Deze bevelschriften worden uitgegeven in den vorm, bij art. 430 bepaald. 'De wederspraak wordt gedaan op het proces-verbaal van den rechtercommissaris.

1. De deurwaarders zijn verplicht den koopschat ter griffie over te brengen, tenzij de partijen omtrent een andere plaats van bewaring mochten zijn overeengekomen. Zie art. 474.

In geval van verzet brengt de deurwaarder der directe belastingen de koopschat evenwel steeds ter griffie over. Zie § 69 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 14 der Wet op de Invordering.

Art. 486. In geval van tegenspraak zal de rechter-commissaris degenen, die zich bezwaard achten, zonder andere aanmaning, naar de terechtzitting, welke hij bepalen zal, verwijzen.

Art. 48T. Het beroep kan onmiddellijk geschieden en moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de uitspraak van het vonnis.

Het beroep moet worden beteekend aan den procureur der wederpartij, en moet inhouden de dagvaarding, benevens de uitdrukking der bezwaren van de beroepende partij.

Op dit beroep zullen geene andere worden gedagvaard, dan die bij de wederspraak partijen zijn geweest.

De beteekening van het beroep moet mede geschieden aan den griffier der rechtbank, welke het vonnis gewezen heeft (1).

1. De wet is hier algemeen en de beteekening van het hooger beroep zal dus steeds mede aan den Griffier moeten geschieden, ook dan wanneer de koopschat niet ter griffie, maar op een andere plaats is gedeponeerd. Zie art. 474.

Beteekening aan den Griffier is noodig, opdat niet de Rechter-commissaris, onkundig van het hooger beroep, zijn proces-verbaal sluite, vóórdat daarop beslist is. De Pinto ; zie Fiscus no. 657.

Art. 488. Het vonnis in beroep zal, ten verzoeke van de eerst gereede partij, worden beteekend aan den griffier, welke dat vonnis aan den rechtercommissaris zal ter hand stellen (1).

. 1. Verg. het volgende artikel.

■ Art. 489. Na deze beteekening zal de rechter-commissaris, indien er geen beroep in cassatie is gedaan (1—2), zijn proces-verbaal sluiten, en de uitgifte bevelen van het bevelschrift tot betaling, overeenkomstig art. 485.

Sluiten