Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356

Bijlage D (Borg. Rechtsv.). — Artt. 491—502.

5°. Van het tiendrecht (4);

6°. Van het recht van beklemming (5).

1. Zie de artt. 803, e.v., B. W.

2. Alsvoren de artt. 758, e.v., B. W.

3. Alsvoren de artt. 784, e.v., B. W.

4. Het tiendrecht is vervallen. Zie de Tiendwet 1907, S. no. 222, V. 1908, no. 139.

5. Zie art. 1654 B. W.

Art. 492. Niettemin kan het aandeel van eenen mede-erfgenaam in de onroerende goederen eener nalatenschap, door zijne personeele schuldeischers niet ter koop aangeslagen worden, voordat de boedel door verdeeling gescheiden is, welke scheiding zij, zulks geraden oordeelende, mogen vorderen (1 —2).

1. Verg. de aantt. 161 en 162 op art. 14 der Wet op de Invordering.

2. Een artikel over executie van mede-eigendom komt voor in Weekblad nos. 2176—2179.

Art. 493, enz.

Art. 495. De verkoop geschiedt voor de rechtbank van het arrondissement waarin het goed gelegen is (1).

1. De Rechtbank kan bevelen, dat de verkoop niet ter terechtzitting zal geschieden, maar ten overstaan van een door haar aan te wijzen notaris. Zie de artt. 537a, 522 en 523.

Art. 496, enz.

Art. 561. De gerechtehjke vervolging kan niet vernietigd worden op grond dat de schuldeischer dezelve begonnen zoude hebben voor eene grootere som dan hij te vorderen had (1).

1. Verg. het Vonnis van de Arr. Rechtbank te Amsterdam van 9 Oct. 1914, in aant. 25 op art. 15 der Wet op de Invordering. Zie mede aant. 85 op art. 14 dier wet.

Tweede Afdeeling.

Van het in beslag nemen van onroerende goederen.

Art. 502. Het beslag op onroerende goederen moet worden voorafgegaan door een bevel van betaling, hetwelk bij exploot van den deurwaarder aan den schuldenaar zal gedaan worden (1).

Hetzelve zal melding maken van den titel uit krachte waarvan de vervolging plaats heeft, en zal inhouden de keus van woonplaats, in de plaats waar de rechtbank die van de zaak moet kennis nemen, zitting houdt; hetzelve zal uitdrukken, dat bij gebreke van betaling zal worden overgegaan tot het in beslag nemen van de onroerende goederen van den schuldenaar (2—8).

Indien bij het beteekenen van het vonnis of van de akte tevens het voorgeschrevene bevel is gedaan, wordt geen afzonderlijk bevel vereischt (4).

Sluiten