Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

368

Bijlage D (Burg. Rechter.). — Artt. 567—570.

1. Verg. aant. 4 op art. 564.

Art. 568. Er zullen twee afkondigingen worden gedaan en wel van acht tot acht dagen aan de beurs, zoo die ter plaatse des verkoops bestaat, en op het voornaamste openbaar plein van de plaats alwaar het schip is liggende (1).

Eene kennisgeving wordt daarenboven geplaatst in een dagblad van de gemeente, alwaar de rechtbank zitting houdt voor welke de mbeslagneming Vervolgd wordt en bij gebreke van zoodanig dagblad, in dat eener naburige plaats (2—4).

I. Volgens Oudeman moeten deze afkondigingen in het openbaar mondeling gedaan worden. De Invordering no. 13.

%. Zie aant. 3 op art. 466.

3. Dit artikel is blijkbaar alleen van toepassing voor schepen van meer dan tien last.

Verg. art. 573.

4. Verg. de artt. 466 en 521.

Art. 569. Binnen twee dagen na elke afkondiging, moeten biljetten worden aangeplakt: Aan den mast van het in beslag genomen schip; Aan het gebouw van de rechtbank;

Aan de beurs, zoo die aldaar bestaat, en ter plaatse waar het schip is liggende (1—3).

1. Dit artikel is blijkbaar alleen van toepassing voor schepen van meer dan tien last. Verg. art. 573.

%. Voor het aanslaan der biljetten worden de kosten berekend volgens § 11 der I. V. Zie mede aant. 2 op die paragraaf, in bijl. B II.

3. Verg. de artt. 464, 465, 514 en 517.

Art. 5T0. De afkondigingen en biljetten moeten inhouden: Den voornaam, naam, het beroep en de woonplaats van dengenen die executeert (1); De titels uit krachte van welke hij de vervolging doet; Het beloop der aan hem verschuldigde som;

De keus van woonplaats door hem gedaan in de plaats der zitting van de rechtbank, en in de plaats waar het schip is liggende;

Den naam en de woonplaats van den eigenaar of boekhouder van het in beslag genomen schip, indien de een of ander bekend is;

Den naam van het schip, en indien hetzelve uitgerust is, dien van den schipper;

De scheepsruimte;

De plaats waar hetzelve is liggende;

De eerste inzet van den executant;

De plaats, den dag en het uur, waar en wanneer de toewijzing zal plaats hebben (2—4).

1. Verg. het laatste lid van § 46 der Instructie Invordering, opgenomen onder art. 14 der Wet op de Invordering, alsmede aant. 63 op dat artikel.

Sluiten