Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

386

Bijlage E (Faillissementswet). — Artt. 15—19.

Art. 15, enz.

Art. 16. Indien de toestand des boedels daartoe aanleiding geeft, kan de rechtbank, op voordracht van den rechter-commissaris en na de commissie uit de schuldeischers, zoo die er is, gehoord te hebben, bevelen, hetzij de kostelooze behandeling, hetzij, na verhoor of behoorlijke oproeping van den gefailleerde, en in dit geval bij beschikking in het openbaar uit te spreken, de opheffing van het faillissement (1).

1. Twee verschillende wegen, om in faillissementen met weinig of geen actief geen verdere kosten te doen maken, worden hij art. 16 geopend : kostelooze behandeling en opheffing van faillissement. Naar gelang van den toestand des boedels kan de Rechtbank een van beide bevelen. Mr. j. D . Veegens, De wet op het faillissement en de surséance van betaling, 2e druk, blz. 40.

Art. tl. Elke in dezen titel bevolen plaatsing in de Nederlandsche Staatscourant geschiedt kosteloos.

Alle stukken, opgemaakt ter voldoening aan de bepalingen van dezen titel, zijn vrij van zegel en van de formaliteit van registratie (1).

Daaronder zijn evenwel niet begrepen de processen-verbaal' en akten, houdende verkoop of andere overeenkomsten, noch de stukken betrekkehjk andere rechtsgedingen over rechten en verphchtingen van den boedel, dan die welke het gevolg zijn van de verwijzing door den rechter-commissaris bedoeld in art. 122.

Het bevel tot kostelooze behandeling van het faillissement heeft bovendien ten gevolge vrijstelling van griffiekosten.

1. Deze vrijstelling is o.a. toepasselijk op het uittreksel uit het procesverbaal der verificatievergadering, bedoeld in het laatste lid van § 9 der I. O.

Verg. aant. 9 op die paragraaf in bijl. C II.

Ook het bezwaarschrift, waarbij verzet wordt gedaan tegen de uitdeelingslijst, is vrij van zegel. Verg. art. 184. •

Art. 18. De beschikking, bevelende de opheffing van het faillissement, wordt op dezelfde wijze openbaar gemaakt en daartegen kunnen de schuldenaar en de schuldeischers op dezelfde wijze en binnen dezelfde termijnen opkomen, als ten aanzien van het vonnis van failhetverklaring is bepaald. Indien na eene dergelijke opheffing opnieuw aangifte of aanvraag tot faillietverklaring wordt gedaan, is de schuldenaar of de aanvrager verplicht aan te toonen, dat er voldoende baten aanwezig zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden.

Art. 19. Bij elke rechtbank wordt door den griffier een openbaar register gehouden, waarin hij, voor ieder faillissement afzonderlijk, achtereenvolgens, met vermelding der;dagteekening, inschrijft:

1°. een uittreksel van de rechterlijke beslissingen, waarbij de faillietverklaring uitgesproken of de uitgesprokene weder opgeheven is;

2°. den summieren inhoud en de homologatie van het akkoord(l);

3°. de ontbinding van het akkoord (2);

4°. het bedrag van de uitdeelingen bij vereffening (3);

5°. de opheffing van het-faillissement ingevolge art. i6;

6°. de rehabilitatie (4).

Sluiten