Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

459

Recht van beraad. Art. 10.

Register van de bedragen der kohieren. § 2; Art. 1, aant. 27. van verkeerde tenaamstellingen. § 17; Art. 5, aant. 16. van vorderingen. § 23. van waarschuwingen en aanmaningen. § 35. van dwangbevelen. § 47.

van tenuitvoerlegging van dwangbevelen. § 57.

van dwangbevelen van andere kantoren afkomstig. § 75.

van aanvragen om inhouding. Bijl. A, § 104.

van niet aan het Rijk te verantwoorden vervolgingskosten, (uitschotten, enz.). Bijl. B II, § 18; Bijl C II, § 16.

van dwangbevelen in zake ongevallenpremie. Bijl. C II, § 4. Registratie. Art. 23.

het dwangbevel, de vordering en de oppositie tegen de afgifte van kooppenningen zijn niet afzonderlijk aan de registratie onderworpen. Art. 23, aantt. 7 en 26.

stukken die vrijgesteld zijn van de formaliteit der registratie. Art. 23, aantt. 12, 18—19. het proces-verbaal van verkoop en het vonnis van toewijzing zijn onderworpen aan het recht van registratie. Art. 23; § 97.

een te beteekenen stuk vóór de beteekening te laten registreeren. § 98. termijnen van registratie. § 99.

aan welk kantoor de registratie moet geschieden. § 99.

in zake invordering van ongevallenpremie. Bijl. C I, art. 113; Bijl. C II, §§ 11 en 12. bedrag der rechten van registratie. Art. 23, aant. 23. Rehabilitatie. Blz. 404.

Reiskosten van den deurwaarder. Art. 20, aant. 16; Bijl. B I, art. 2. Renten; beslag op rente, toegekend bij de Ongevallenwet 1901. § 55.

alsvoren op die, toegekend bij de Invaliditeitswet. Art. 14, aant. 111. Rentmeesters. Art. 7. Repertorium. Art. 22, met aant. 4.

welke stukken moeten worden ingeschreven in het repertorium. § 94; Art. 22, aant. 10.

de deurwaarder houdt slechts één repertorium. Art. 22, aant. 10.

inhoud van het repertorium. § 94.

de naam van den Ontvanger (van den Voorzitter van het Bestuur der Rijksverzekeringsbank) behoeft in het repertorium niet te worden vermeld. Art. 22, aant. 7. inzending ter viseering. § 95.

het verleenen van inzage aan de ambtenaren der registratie en der directe belastingen. § 96.

bewaring en overdracht. § 96. Schorsing der verplichting tot betaling. Art. 10.

der tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Art. 15.

van vervolging. § 30. Schrijfloon. Bijl. B II, §§ 3, 4 en 5. Schuldenaars van penningen. Art. 7, met aant. 9; § 24. Steden. Art. 13, met aant. 8. Stoffeerlng. Art. 16, met aantt. 23—27. Surséance van betaling. Art. 10; Bijl. E, artt. 213, e.v. Tenaamstelling; verkeerde tenaamstelling. Art. 5; § 16.

verbetering van verkeerde tenaamstellingen. §§ 17—18; Art. 5, aantt. 16 en 21. Tenuitvoerlegging; rechtsgrond voor de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Art. 14, met

aant. 46; Bijl. C I, art. 50.

verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Art. 15; Bijl. C I, art. 50, aant. 6. - verzet tegen de kosten, voortspruitende uit de tenuitvoerlegging van het dwangbevel. Art. 19, met aant. 2; § 87.

van het dwangbevel onder een ander kantoor dan dat van aanslag. §§ 74—80. Termijnen; betaling bij termijnen. Art. 8; § 28.

berekening der verschenen termijnen op het dwangbevel. Art. 14, aant. 64. Terugvordering van belasting. Art. 15.

van in beslag genomen goederen; Art. 16. Tiendrente. Considerans, aant. 5; Art. 1, aantt. 4, 18—19.

oninbare tiendrente. § 109. Toerekening en afschrijving bij betaling van belasting. Art. 4; § 15.

bij betaling van ongevallenpremie. BijL CI, art. 50fer; Bjjl. CII, § 13. Toewijzing. §§ 72—73; Bijl. D, artt. 522—537a.

Toezicht op personeel, werkzaam op ontvangkantoren. Art. 3, aant. 36. op handelingen van den deurwaarder. § 50. op het archief van den deurwaarder. § 88.

Sluiten