Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. WILD EN GEVOGELTE.

Gebraden haas (Finsch). 6 personen.

i haas, desgewenscht 2 L. taptemelk *), 100 G. spek, 75 G. boter, 15 G. zout, 20 G. tarwebloem, V» L. melk. Voor de saus : 20 G. tarwebloem, 2 dL. room, wat zout.

Bereiding. Wasch den haas en zet hem daama nog twee uur in koud water; snijd hem in stukken, zóó, dat vooren achterpooten elk één afzonderlijk deel vormen en het vleesch van den rug over de geheele lengte in tweeën wordt verdeeld, zoodat twee lange reepen ontstaan ter weerszijde van den wervelkolom.

Zet de overblijvende ribben en het buikvel met de aangegeven hoeveelheid melk (V« L.) op een zacht vuur en laat alles zachtjes doorkoken.

Bind de pooten twee aan twee aan elkaar, telkens met een plakje van het spek er tusschen; handel op dezelfde wijze met de beide rugstukken, maar wrijf die ten overvloede ook nog aan den buitenkant met spek in.

Leg de op deze wijze voorbereide stukken in een diepe pan (of ijzeren pot), waarin de boter hchtbruin is gebraden ; wentel ze telkens om, zoodat ze een gelijke bruine kleur aannemen, strooi er dan het zout en de bloem over

, *\ Voor wie niet van den sterk uitkomenden smaak van den haas houdt, kan men de stukken vleesch vóór het braden eerst 10 minuten koken in afgeroomde melk.

Sluiten