Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stukje ui, i eetlepel gehakte petersehe, V, d.L,. witten wijn (niet bepaald noodig), i ei, i d.L. bouillon, peper, zout, nootmuskaat, ongeveer 150 G. mager spek.

Bereiding. Verwijder de buitenste bladeren van de kool, wasch de kool en zet ze in haar geheel op in een pan met koud water ; laat het water langzaam aan de kook komen en kook de kool dan 20 minuten.

Neem ze uit de pan en zet ze in koud water.

Maak, terwijl de kool kookt, de farce gereed. Meng daarvoor het gehakt aan met het geweekte oude wittebroodkruim (of de kastanjes), het fijngehakte uitje of sjalotje, de peterselie, het ei, den wijn, de peper, het zout en de nootmuskaat.

Smeer een gladden vorm (of een kom) met boter in ; leg op den bodem en tegen de wanden dunne plakjes mager spek.

Haal voorzichtig de afgekoelde kool uit elkaar, zóó, dat de buitenste groote bladeren vooral onbeschadigd blijven, leg de buitenste bladeren als een voering, eenigszins over elkaar geschikt inden vorm, laat ze van boven wat ruim over den rand hangen.

Hak de rest van de kool (niet te fijn).

Leg nu op den bodem (dus op de daar liggende koolbladeren) een laag van de vleeschfarce, daarop een laag gehakte kool en zoo vervolgens tot alles is opgebruikt ; sluit den bovenkant af door de overhangende buitenste bladeren naar binnen te vouwen, leg daarop de laatste plakjes spek en giet er den bouillon over.

Laat den vorm in een pan met kokend water ongeveer i1/» uur koken, af en toe het omringende water wat bijvullende.

OROENTE.

219

Sluiten