Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INDISCHE BENOODIGDHEDEN.

Keukengereedschap. In de meeste gevallen kan men bij de bereiding van Indische gerechten zeer goed de verschillende Indische pannen, lepels, zeven, enz. vervangen door het materiaal, dat in de Hollandsche keuken aanwezig is. Sommige gereedschappen echter zijn bepaald noodig, n.1.:

een „klapperrasp" (een houten plankje met dicht op elkaar staande ijzeren puntjes);

een „loempang" (een steenen vijzel met stamper voor het fijnmaken der Indische kruiden) ;

beide zijn in verschillende winkels van Indische benoodigdheden verkrijgbaar.

Specerijen, enz. De meeste kruiden zijn óf in stukjes óf in poedervorm te krijgen ; ze worden dan per lood verkocht. Men bewaart ze het best in potjes, busjes of fleschjes met stevige sluiting en voorzien van een etiket met den naam, omdat men anders de sterk op elkaar gelijkende kruiden licht zou verwarren.

De meest gebruikte zijn :

laos, djahé (gember), kentjoor, temoe-koentjie, koenjit (kurkuma), ketoembar (koriander), djinten (karwei), alle in stukjes en als poeder verkrijgbaar;

salamhladeren (soort laurierblad), seré (citroengras), djeroekpoeroetbladeren (soort citroen); men gebruikt van deze verschillende bladeren gewoonlijk 2 a 3 stuks, van de seré 1 a 2 stukjes en neemt vóór 't opdoen der gerechten liefst de bladeren eruit);

kerry, liefst Javaansche kerry of kerrie djawa, die veel geuriger en minder scherp is dan de Engelsche soorten;

trassi (van visch of garnalen afkomstig); dittoevoegsel schijnt, niettegenstaande zijn zeer onaangenamen geur, onmisbaar bij de bereiding van verschillende gerechten, het wordt „rauw" en „gebrand" of „gepoft" in den handel gebracht en is in rolletjes

21

Sluiten